
Toen Dick Tesselaar in 1974 wethouder werd in Leiden kreeg hij bij de portefeuilleverdeling het onderdeel sport (naast welzijn) toegewezen. Hij wist er niets van af, maar zo gaat dat wel vaker in de politiek: je doet het gewoon. Al gauw werd hij enthousiast dat hij sport in zijn pakket had. Elk weekend trok hij er op uit, naar een voetbalclub, hockey, waterpolo, atletiek, wielrennen, tafeltennis, noem maar op. Hij kwam op die manier niet alleen veel Leidenaren tegen, maar kreeg ook veel contacten met al die mensen die zulke clubs laten draaien. De bestuurders, de vrijwilligers. En die mensen hadden hem nodig, want er is altijd wel wat dat een gemeente moet regelen. Het onderhoud, een nieuw veld, het opknappen van de sporthal.
In 1978 kwamen die contacten hem goed uit bij zijn herverkiezing. Nadat de vrouwenlobby kans had gezien hem heel laag te krijgen op de ontwerp-kandidatenlijst (hij stond daar op plaats 13), werd hij door aanhangers uit de sportwereld in de ledenvergadering van de PvdA omhooggetild naar plaats 9. Weer vier jaar later was hij lijsttrekker, en nog vier jaar later opnieuw. Hij zorgde ervoor de portefeuille sport altijd te houden, basis voor zijn populariteit. Dus toen hij in 1980 doorschoof naar de portefeuille Volkshuisvesting nam hij de sport mee. Omdat in de Leidse gemeenteraad de commissies werden ingedeeld naar de portefeuilles van de wethouders, kreeg je toen de Commissie Volkshuisvesting en Sport.
Dus wie durft er te melden dat politiek en sport niets met elkaar te maken hebben?
Boycot in de sport
We maken een sprong van de lokale politiek naar het brandpunt voor de politiek in de sport: de boycot van onwelgevallige landen bij internationale toernooien. Recent was het raak bij de Paralympische Winterspelen in Italië. Na een eerdere boycot in verband met de oorlog tegen Oekraïne, toen die landen niet meer welkom waren, waren Rusland en Belarus er nu wel bij. Ongemakkelijk, zodat hoogwaardigheidsbekleders de opening en sluiting meden.
Al in 1936 deed zich de vraag voor of een land de Olympische Spelen moest boycotten. De Spelen werden gehouden in Berlijn en het was duidelijk dat het naziregime het internationale prestige er mee wilde oppoetsen. Moesten de Verenigde Staten daar vertegenwoordigd zijn? Desgevraagd zei de voorzitter van het Olympisch Comité in de Verenigde Staten: we gaan niet naar Berlijn, we gaan naar de Olympische Spelen. Waar de zwarte Amerikaan Jesse Owens vier gouden medailles behaalde bij het hardlopen en verspringen en onvermijdelijk door Adolf Hitler gefeliciteerd moest worden.
Daadwerkelijk boycotten is al snel na de Tweede Wereldoorlog opgekomen. Bij de Olympische Spelen (zoals 1956, toen de Sovjet-Unie niet welkom was in verband met de inval in Hongarije), bij de Wereldkampioenschappen Voetbal en nog bij wat andere sportevenementen.
Daarbij heb je twee varianten. De ene is dat een landenafvaardiging niet welkom is, omdat dit land een in de ogen van de meerderheid verwerpelijke daad heeft gesteld. De andere is dat een land zelf niet mee wil doen, omdat het evenement plaatsvindt in een land waar je niet heen wilt of waarbij je niet geconfronteerd wilt worden met vertegenwoordigers van een land waar je mot mee hebt.
Een lastige kwestie is onvermijdelijk: wie bepaalt de uitsluiting?
En na verloop van tijd komt nog een volgende moeilijke vraag: wanneer stop je met de boycot?
Panem et circenses
Brood en spelen, in de taal van de Romeinse satiricus Juvenalis (ca. 60-140) panem et circenses, waren de ingrediënten om het volk zoet te houden. In de ogen van Juvenalis ging het er om te voorkomen dat de Romeinen zich tegen de heersende macht zouden keren, omdat de klad was gekomen in de vooruitgang. Nu was het voorzien in gratis brood en het houden van spelen al langere tijd de manier om het volk gunstig te stemmen of aanhang te verwerven voor een stemming over invloedrijke banen. Het zou al dateren van 71 voor Christus dat deze aanpak werd gevolgd. In alle eeuwen daarna is sport een middel geweest voor de politiek. Preciezer, het is vooral de sportbeleving die als politiek middel kon dienen.
Dan is discussie onvermijdelijk als er een groep mensen is die meent dat je weg moet blijven uit een land waar een toernooi is, of dat je om welke andere reden een toernooi moet boycotten. Zo kenden we in Nederland in 1978 een actie onder de wervende titel ‘bloed aan de paal’, om te bewerkstelligen dat Nederland zich terugtrok van de Wereldkampioenschappen Voetbal in Argentinië. Gebeurde niet, maar echode lang na. Want elke keer duikt er weer zo’n actie op. Bijvoorbeeld toen de Wereldkampioenschappen Voetbal in Qatar waren. Zelfs nu, in de aanloop naar Wereldkampioenschappen Voetbal 2026 in de Verenigde Staten (en Canada en Mexico) is het weer raak. Het trekt de aandacht, maar van een boycot komt het nooit.
