
Van jongs af aan had ik een innig verlangen: miljonair worden. Dat het voor mijn dertigste zou gebeuren was zeker, kon niet anders. Ik zou subiet stoppen met werken en over de globe gaan zwerven. Van het ene sportevenement naar het andere. Mijn liefde voor sport was groot.
In januari zou de reis beginnen, naar Melbourne. In mijn zak een passe-partout voor het Australian Open.
Terug in Europa zou ik mij opmaken voor de wielerklassiekers en via San Remo, Oudenaarde, Roubaix, Luik uiteindelijk in Valkenburg terechtkomen.
Dan naar Sheffield voor het WK snooker. Geld zat, dus de mooiste plek in The Crucible Theatre was voor mij. Een week lang naar hemelse structuren op een eindeloos groene laken kijken, door gekleurde ballen ontplooid.
Erna, later in mei, was het alweer tijd voor Roland Garros in Parijs. Een mooi duel uitzoeken op Court Philippe-Chatrier, een pastis drinken op de tribune, ‘s avonds een kreeft kraken in bistro Chez Georges, quelle vie!
Tussendoor een uitstapje naar een stadion in Europa voor de finale van de Europacup I, II of III.
In de even jaren werden de zomers wel heel druk, een EK- of WK-voetbal begon voor je er erg in had.
Wimbledon wachtte al trappelend van ongeduld, met aardbeien en room en rinkelende champagneglazen.
De Tour de France ging ook al van start aan de overkant van het Kanaal, keuzes, keuzes.
Onderwijl begonnen de Olympische Spelen al bijna, pfff.
Dat zekere miljoen bleef mij bespaard en dus ook het zwervende bestaan. Gelukkig maar, want mijn belangstelling voor sport begon te tanen.
Tennis en snooker, daar begon het mee. Terugkijkend kan ik mij niet voorstellen dat ik daar vroeger uren aan verloor. Waar haalde ik de tijd en het geduld in godsnaam vandaan? Een grandslamfinale duurt zomaar vier, vijf uur en bij snooker wint diegene die het eerst 18 potjes had gewonnen, 18 maar liefst!
Zelfs voetbal, mijn eerste sportliefde, ging mij te lang duren. Een wedstrijd duurt 90 trage en stroperige minuten, een enkele uitzondering daargelaten. Maar ja, dat weet je niet vooraf.
Echte hoogtepunten ontgaan mij niet, die selecteer ik. Dus als Femke Bol zich voor een 400 meter meldt, of zoals onlangs die andere razendsnelle Femke voor haar 500, dan zit ik klaar voor de start.
Uit gewoonte en misplaatst plichtsbesef kijk ik nog wel altijd naar de samenvattingen van de VriendenLoterij Eredivisie op zaterdag- en zondagavond. Maar dat ik beter let op de namen van de spelers dan op het bedroevende niveau dat door hen op de mat wordt gelegd is veel- zo niet alleszeggend.
Rome-Jayden Owusu-Oduro, Kian Fitz-Jim, Ro-Zangelo Daal, In-beom Hwang en Nökkvi Thórisson, ik bedoel maar. Of neem alleen al voornamen als Mexx, Tyrique, Jizz (?!) of Ringo. Laatst bleek de Griek Ody Velanas van PEC Zwolle niet Ody te heten maar Odysseus, een voornaam om te zoenen
Sport speelt nog maar een kleine rol in mijn leven. Nee, dan vroeger. Gelukkig begint net de vierdelige serie over Johan Cruijff. Zo hé, die kon voetballen!
———-
De illustratie is van Petra Busstra.
Meer informatie: http://www.cocvanduijn.nl/
