Ontmoetingen

Oranje en zwart, of blauw en wit

Zittend op de tribune bij een wedstrijd van Quick Boys tegen Hardenberg verbaasde ik me niet voor het eerst, over de dwaasheid van het menselijk ras. Hardenberg voetbalt in het zelfde tenue als VV Katwijk. Als VV Katwijk tegen Quick Boys speelt, een dorpsderby, dan geldt dat als een risicowedstrijd. Alleen het zogeheten thuispubliek is welkom. Toch zijn er dan vier of vijfduizend toeschouwers en hangt er een beladen sfeer.

VV Katwijk speelt ongeveer hetzelfde spel als Hardenberg, speelt in hetzelfde tenue en de spelers zijn even onbekend als die van VV Katwijk. Bijna niemand uit de selectie van VV Katwijk komt er uit de ‘eigen kweek’ of zelfs uit Katwijk, want ze zijn weggekocht bij andere clubs. Bij Quick Boys is het niet anders. En die voetballen in blauw en wit (met een zwarte broek).
Supporters bij voetbal bieden een doorsnede van de bevolking. Je kunt niet anders concluderen, dan dat supporters (althans, het overgrote deel) in de eerste plaats aanhanger zijn van een club. De keuze voor die club ligt vaak al in de kinderjaren. Op dorpsniveau kan dat Quick Boys, Spakenburg of Rijnsburgse Boys zijn, maar het staat niet in de weg om ook nog supporter te zijn van een ‘landelijke’ club, zoals Ajax of Feijenoord. Dat vind ik zo interessant, dat mensen tegelijk zich aanhanger kunnen voelen van meerdere instanties, clubs, families, levensstijlen. (Lees er het mooie boek van Sinan Ҫankaya op na, Mijn ontelbare identiteiten)

Minstens zo interessant vind ik dat deze clubliefde belangrijker is dan de inhoud. Voorbeeld, weer uit het voetbal. Bij Vitesse uit Arnhem was het crisis. De selectie bakte er niets van en degradeerde naar de Eerste Divisie. Daar werd het van kwaad tot erger door financieel wanbeleid. De club was jaren eerder verpatst aan een Russische geldschieter en toen die eruit stapte, kwam een Amerikaanse geldschieter in beeld, die meer leek op een oplichter dan een betrouwbare steunpilaar voor een matig presterende voetbalclub uit Arnhem.

Op meer fronten waren er problemen, zodat een straf van de KNVB onvermijdelijk was wegens malversaties. En dan toch blijven de duizenden supporters hun club trouw, moedigen de club aan (in een kansloze wedstrijd die ze met 4-1 verloren van Sparta was er nog wel de humor om de voetballers aan te moedigen met ‘we gaan Europa in’). Rationeel onbegrijpelijk. Bij zulke wanprestaties en wanbeheer kun je toch overstappen naar een andere club? Niets daarvan, men blijft achter de club staan. Nou ja, totdat de stekker er uit gaat natuurlijk en dan wordt de spelersbus bekogeld of wordt later op de avond de voorzitter van de club thuis opgezocht om hem tot aftreden te dwingen. Zo ging dat bij andere clubs, dus in Arnhem werd het ook een feest. Huilende supporters, in vele bochten wringen, en dankzij een bescheiden vormfout door de KNVB in ere hersteld, toen het voetbalseizoen al begonnen was. De leeggelopen selectie werd aangevuld met spelers die nog geen werkgever hadden en zowaar, Vitesse staat na een reeks van inhaalwedstrijden niet eens op de onderste plaats, maar net erboven. De hondstrouwe supporters blijven achter hun ‘cluppie’ staan.

De hondstrouwe aanhang

Gaat het er zo veel anders toe bij andere onderwerpen? Nee toch? Zoals de Britten al zeiden: ‘Right or wrong, my country!’

Oranjeklanten blijven achter het Koningshuis staan. Velen die geboren zijn in een katholiek gezin, of een gereformeerd gezin, of een islamitisch gezin, blijven hun religie trouw. Velen die in dienst zijn van de een of andere onderneming blijven die steunen, ook als die onderneming rare fratsen uithaalt.

Om weer terug te keren in de sport: de aanhangers steunen de kleuren van de vereniging, bij VV Katwijk oranje en zwart, bij Quick Boys blauw en wit, bij Ajax rood en wit. Wie die kleuren verdedigt, doet er nauwelijks toe: je hoort bij het ‘cluppie’.

———-

De oranje met zwarte zonnebril komt uit Wikimedia Commons.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Arie de Jong

Arie de Jong heeft een afwisselende, zo niet chaotische, loopbaan achter de rug in de ambtenarij, de politiek en het advieswezen. Geboren en getogen in Boskoop, heeft hij civiele techniek gestudeerd in Delft. Getrouwd, twee kinderen. Woont sinds 1978 in Leiden en is actief geïnteresseerd in de geschiedenis van Leiden en behoud van het erfgoed.In zijn werkzame leven en politieke loopbaan overheerste aandacht voor de 'harde dingen van het bestaan': verkeer en vervoer, volkshuisvesting, ruimtelijke inrichting en overheidsfinanciën. Als compensatie was en is hij actief in allerlei organisaties, ook met geheel andere doelen.Ook leest hij wel eens een boek en is hij een liefhebber van allerlei muziek en het maken van dagwandelingen.In wat hij schrijft is deze diversiteit onvermijdelijk, al gaat het wel erg vaak over politiek.