Brief uit ...

In Zwitserland (slot)

We namen afscheid want hij moest zijn personeel weer achter hun vodden zitten. ‘Als het je eens te veel wordt, of je verveelt je dan mag je gerust een paar dagen hier doorbrengen’. Gratis en voor niks, zei hij nog. ‘Ik doe dit werk al voor het vijfde jaar, jij bent nieuw. En na een paar maanden heb je het vaak helemaal gehad. Als het zover is dan ben je altijd welkom’. Ik bedankte hem vriendelijk en reed terug naar mijn eigen hotelletje, waar ik het er volgens mijn gesprekspartner al snel schoon genoeg van zou kunnen krijgen. Daar kon hij wel eens gelijk in krijgen. Ik vond er nu, na anderhalve week, al niet veel meer aan. Maar dat kon ook aan het groepje brave bergwandelaars liggen, stelde ik mezelf gerust.

En wie stonden er woensdagmiddag voor de deur? André en Piet, de twee jeugdige delinquenten behorende bij onze eerste groep, die aan een van hun medevakantiegangers te kennen hadden gegeven niet meer terug te gaan, en die zich tot nu toe aan hun woord hadden gehouden. Moest ik kwaad zijn, gaan schelden of hen bestraffend toespreken? Ik vroeg eerst maar eens hoe het met ze ging en waar ze die week waren geweest, alsook wat ze in die tijd hadden uitgevreten. ‘Ging wel’, was het summiere antwoord van een van hen, gevolgd door de vraag of ze morgen mee terug mochten rijden met de bus naar Nederland. ‘Dat kan ik niet zeggen, ik moet op z’n minst weten waar jullie al die tijd zijn geweest, en ik hoop dat jullie geen strafbare feiten hebben gepleegd want ik heb jullie absentie uiteraard gemeld bij de politie’, zei ik vormelijk.

‘De politie is al een week op de hoogte van jullie spoorloze verdwijning en die moet ik als eerste melden dat jullie weer terecht zijn. Dan moet ik de Rekkense Inrichtingen bellen en die zullen jullie ook niet feestelijk ontvangen. Wellicht mogen jullie wel terug maar dan mét handboeien om. Enfin, vertel me eerst wat jullie hebben uitgevreten en niet liegen want dan laat ik jullie gewoon arresteren’. Ik merkte dat ik als vanzelf een formeel taalgebruik ging hanteren en kennelijk maakte dat indruk. Volgde een verslag van hun weekje afwezigheid dat was begonnen met de kennismaking met twee jeugdige vrouwelijke inwoners van het dorpje, waarbij ze twee dagen en nachten in hun appartementje hadden doorgebracht.

Alles ging goed totdat een oom van de meisjes, door buurtbewoners op de hoogte gebracht van het mannelijk gezelschap van zijn nichtjes, had gedreigd naar de politie te stappen. Dat hadden de jongens niet afgewacht, hadden hun spullen gepakt en waren lukraak de bergen in getrokken, op zoek naar een veilig heenkomen. De eerste nacht hadden ze doorgebracht in de open lucht. Gelukkig lagen er op een weitje een paar koeien waartegen ze zich aangeleund warm hadden kunnen houden. ‘Vonden die koeien dat goed?’, kon ik niet nalaten te vragen. ‘Ja hoor die bleven rustig liggen’. De volgende dag vonden ze een verlaten berghut, een refuge, waar ze de rest van de week hadden doorgebracht. ‘En voedsel en water? Hoe kwamen jullie daaraan?’ Ëén keer waren ze in alle vroegte naar het dorp afgedaald en hadden bij de alimentation brood, blikken Smac, pakken melk en water ingeslagen. ‘Niet echt avontuurlijk’, merkte ik op, ‘dan hadden jullie je net zo goed hier kunnen melden, dan had ik je wel aan het werk gezet’.

‘Maar had u dan niet de politie gebeld’, vroeg André. ‘Zeker’, zei ik ‘en dat ga ik nu ook doen want jullie staan op een opsporingslijst en na wat je me verteld heb zal dat ongetwijfeld nagetrokken worden’. ‘We hebben ons alleen maar schuilgehouden’, zei de andere. ‘Een tamelijk doelloze onderneming’, zei ik. ‘Dat zullen ze jullie in Rekken ook niet in dank afnemen. Maar ga nu maar naar binnen voor een kop koffie’. Eerst belde ik de plaatselijke politie die merkwaardig genoeg de affaire licht opvatte, en omdat er geen arrestatiebevel lag de zaak hiermee als afgedaan beschouwde. Daarna trad ik in telefonisch contact met de Rekkense Inrichtingen, waar de dienstdoende functionaris mij langdurig aan de lijn hield met een opsomming van strafmaatregelen die ik de jongens diende op te leggen. Ik onderbrak zijn betoog met de mededeling dat ik de twee de volgende dag op de bus naar Holland zou zetten en dat de Rekkense Inrichtingen de buschauffeur maar moest instrueren wat te doen met hun twee klantjes. Weet je wat’, zei ik nog, ‘stuur iemand mee met die bus die toezicht houdt, dan is de zaak helemaal opgelost’, en gooide de hoorn op de haak.

De volgende ochtend arriveerden zoals gebruikelijk om een uur of tien de nieuwe groep bergliefhebbers. Volle bak deze keer en net als de mensen die ‘s middags zouden vertrekken waren het jongeren die op eigen initiatief op het idee waren gekomen een weekje door te brengen in mijn hotel, nou ja NRV hotel, maar dan toch door mij geleid. De buschauffeur, eentje deze keer, was op de hoogte gebracht dat hij twee extra passagiers mee terug moest nemen en de twee als eerste moest afleveren in Rekken. Er was geen mannetje mee gestuurd om de twee te ‘begeleiden’. ‘Ze zijn toch niet gevaarlijk?’, vroeg hij. ‘Welnee, rustige types, ze wilden alleen een weekje extra vakantie opnemen’, was mijn antwoord. De vertrekkende groep bewees nogmaals hoe braaf, tevens hulpvaardig ze was door de bedden zelf af te halen, de vloeren van de slaapzalen aan te vegen en de ontbijt-rommel op te ruimen. Ze hadden zelfs een toespraakje voor ons in petto waarin het personeel bedankt werd voor de goeie zorg en het ‘heerlijke eten’.

Tamelijk overdreven vond ik, maar mijn twee vrouwelijke medewerkers namen met een blos op de wangen een fraai boeket bloemen in ontvangst. Ikzelf dacht met gemengde gevoelens terug aan de afgelopen week. In tegenstelling tot de week met de delinquenten had ik met niemand een gesprekje van enige waarde kunnen voeren. De meesten lieten ‘s avonds de bar voor wat het was en trokken zich vrijwel meteen na het avondeten terug op de slaapzalen. Om wat te doen? Lezen, mediteren, masturberen? Ik kon me er niets bij voorstellen. Akelig vroeg stonden ze weer op, klaar om de bergen in te gaan. Het tijdstip van het ontbijt hadden we al vervroegd naar zeven uur, vroeger wilde ik niet gaan. Maar zelfs op dit matineuze uur verschenen er gewoonlijk niet meer dan zes mensen. De rest was dan al gevlogen, al dan niet voorzien van leeftocht. Daarentegen ontbrak er vrijwel niemand bij het avondeten. Een van mijn medewerksters die meestal als kok fungeerde was gelukkig op de hoogte van de vegetarische keuken en dat was goed van pas gekomen.

Omstreeks vier uur in de middag nadat de chauffeur een dutje had gedaan vertrok het gezelschap. De nieuwe groep nam haar plaats in, en zo zou dat zich nog 21 keer herhalen. Mijn geliefde en ik hielden het vol door afwisselend om de zes weken een paar dagen door te brengen in het hotel van mijn gastvrije collega elders in Zwitserland. Om de acht weken reed ik twee keer duizend kilometer naar Den Haag voor een evaluatie-gesprekje. Onze twee medewerksters hadden er na twee maanden genoeg van en werden vervangen door anderen, geselecteerd door de Nederlandse Reisvereniging.
Begin oktober, na de laatste groep uitgezwaaid te hebben, sloten wij de boel af en deponeerden de sleutels bij de boer/buurman, die op zijn beurt de hele zomer had doorgebracht in een leunstoel op zijn balkon en nu rust had gevonden op een gerieflijke bank binnenshuis, dichtbij een aangenaam haardvuur. De winter was vroeg begonnen, en dat zou in Nederland niet anders zijn. Wat had ik in ons koude kikkerland te zoeken gedurende de komende zes maanden? Niks, dacht ik. In de auto op weg naar Nederland stelde ik mijn geliefde voor: ‘Waarom niet gelijk doorgereden naar de Spaanse kust, we hebben geld plenty’. Nou was dat niet helemaal waar, maar we hadden zeker genoeg voor een paar maandjes verblijf aan een van de Spaanse Costa’s . Het lukte me haar over te halen en ter hoogte van Basel ‘wendden wij de steven, gooiden het roer om’ en reden naar een zonnig warm strand. Voorlopig hadden we voor de rest van het jaar genoeg bergen en bergwandelaars gezien.

(Fin)

———-

De illustratie is van Coc van Duijn.
Meer informatie: http://www.cocvanduijn.nl/

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>