In de polder

De overheid als verzekeringsmaatschappij

We moeten het eens hebben over een belangrijke ontwikkeling hoe mensen de overheid zien.
Wat is het geval? Een groep mensen overkomt iets waarvan ze schade ondervinden. Een overstroming, de beperkingen door corona, plotselinge stijging van de prijs van gas of benzine. Het komt in de publiciteit en de gedupeerden, of iemand uit de politiek die de aandacht wil trekken, vraagt om compensatie voor de gedupeerden.

Toen in 2020 de Covid-uitbraak was (weet u nog?) kwam er een pakket van maatregelen van maar liefst 88 miljard euro. Deels leningen, deels compensaties, deels mislukte mondkapjesaankoop. Een hoop geld.
Voor die tijd was er al de bankencrisis, en was het kabinet genoodzaakt (een goede zet van Wouter Bos, dat wel) om banken te redden van mogelijke ondergang. Want dat kon de economie te veel schade berokkenen. Tijdelijk werden banken zelfs genationaliseerd. Zo konden ze niet omvallen. Dat leverde overigens best veel geld op voor aandeelhouders die werden uitgekocht.
Grote zaken daarna, los van de stroeve manier om de uitvoering te regelen, waren de compensaties in verband met schades in Groningen door de gaswinning en compensaties in de zogeheten toeslagenaffaire.
Recent werd in een onderzoek over die schade in Groningen geconstateerd dat ongeveer 120.000 woningen ernstige funderingsschade hebben opgelopen, waarbij de herstelkosten in de miljarden lopen. Veel eigenaren hebben het geld niet om de schade te herstellen, dus of de overheid mee wil helpen dokken.
En zo beleven we telkens een flinke schade waarna de gedupeerden vragen om compensatie uit de schatkist. Met de plotselinge stijging van de prijs van benzine en diesel (en kerosine en producten die met olie worden gemaakt) was men snel paraat: is er geen compensatie nodig?

Het gekke is, dat gedupeerden altijd wel snel kans zien om de hand op te houden, maar dat je nooit het tegenover gestelde aantreft. Dat lui die een onverwacht voordeel hebben van overheidsmaatregelen iets afdragen.

Al in mijn ‘jonge jaren’, toen ik in Provinciale Staten kwam en woordvoerder ruimtelijke ordening was, keek ik er vreemd van op, dat regelmatig een dossier voorbijkwam met planschade. Dan was er een weg waar minder autoverkeer op zou komen door een nieuwe randweg, zodat een garagehouder gecompenseerd moest worden voor het omzetverlies. Maar er lag geen dossier naast van een garagehouder die daardoor extra klandizie ging krijgen. Het verbaasde me zeer, maar je kreeg er nooit een vinger achter.
Meer algemeen bleek de overheid achter het net te vissen als er voordeel te behalen viel. Dan was er discussie over het ontwikkelen van een bouwlocatie en kochten projectontwikkelaars en beleggers alvast de grond op. De boeren waren blij, het geld was binnen, en de projectontwikkelaars en beleggers waren ook blij: daar zat winst in.

De bittere waarheid

Maar wie draait er werkelijk voor de compensaties op? De overheid krijgt haar geld via belastingen binnen, dus iedereen betaalt mee als gedupeerden geld krijgen. Waarmee belastingen ook een verkapte verzekeringspremie blijken te bevatten.
Het lijkt me wenselijk dat er wat meer helderheid komt wanneer de overheid bijspringt en wanneer je maar beter een echte verzekering kunt sluiten. En ik zou het ook op prijs stellen als het zogeheten ondernemersrisico weer in ere wordt hersteld. Zeker als het de grote graaiers betreft die zogenaamd niet mogen omvallen. En wie excessief voordeel heeft van overheidsbeleid, laat die maar wat extra afdragen.

———-

De tekening is van Coc van Duijn.
Meer informatie: http://www.cocvanduijn.nl/

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Arie de Jong

Arie de Jong heeft een afwisselende, zo niet chaotische, loopbaan achter de rug in de ambtenarij, de politiek en het advieswezen. Geboren en getogen in Boskoop, heeft hij civiele techniek gestudeerd in Delft. Getrouwd, twee kinderen. Woont sinds 1978 in Leiden en is actief geïnteresseerd in de geschiedenis van Leiden en behoud van het erfgoed.In zijn werkzame leven en politieke loopbaan overheerste aandacht voor de 'harde dingen van het bestaan': verkeer en vervoer, volkshuisvesting, ruimtelijke inrichting en overheidsfinanciën. Als compensatie was en is hij actief in allerlei organisaties, ook met geheel andere doelen.Ook leest hij wel eens een boek en is hij een liefhebber van allerlei muziek en het maken van dagwandelingen.In wat hij schrijft is deze diversiteit onvermijdelijk, al gaat het wel erg vaak over politiek.