De poëtische wereld

Neerslachtig

De tuinbank zit niet goed meer in de lak
Dus ik besluit het ding maar eens te schuren
Eerst even kijken hoe lang het zal gaan duren
Voor het gaat regenen. Dat haal ik met gemak

Gietijzeren poten en twee planken vuren
Ik ben geen held in het schildersvak
Maar het resultaat oogt mooi en strak
Geen spoor te zien van krabben, of plamuren

Ik heb het prima voor mekaar gekregen
Hij ziet er beter uit dan ooit tevoren
De natte verf kan mij oprecht bekoren
Geen vulitje aan de lucht, in velden noch in wegen

Tot druppels plots de feestvreugde verstoren
Met een harde verfverwoestende hoop regen

———–

Rechts de bank van de auteur

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.