Een meesterwerk van Ernst Toller.

Aan het boek Eine Jugend in Deutschland (1933) van de Joods-Duitse schrijver Ernst Toller (1893-1939) wijdde Willem Minderhout al lovende woorden in een eerdere aflevering van De Leunstoel (Terug naar Weimar 1). In de geweldige serie ‘Kritische Klassieken’ van uitgeverij Schokland verscheen enkele jaren terug de Nederlandse vertaling van Tollers autobiografie, Een jeugd in Duitsland. Memoires 1893-1924, waarin hij over de Eerste Wereldoorlog en de mislukte socialistische revolutie in Beieren van 1919 schrijft. Deze linkse heilsstaat werd vlak na de oorlog in München uitgeroepen en ging vooraf aan de veel bekendere Hitlerputsch van 1923.
Het originele Duitse boek Eine Jugend in Deutschland verscheen in 1933 bij de Nederlandse uitgeverij Querido. Na Hitlers Machtergreifung waren veel Duitse intellectuelen hun land ontvlucht. Uitgeverij Querido speelde hier handig op in en bracht veel boeken uit van de zogenaamde Exil-auteurs, die in eigen land op de zwarte lijst waren gezet.
Het interessante van Eine Jugend in Deutschland is dat het over gebeurtenissen gaat die bij veel mensen minder bekend zijn: het antisemitisme in Duitsland vóór de opkomst van Hitler, de pacifistische oppositie in Duitsland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, de Duitse Revolutie van 1918-1919 (inclusief de Beierse Radenrepubliek van 1919) en de nasleep van deze mislukte revolutie. Eine Jugend in Deutschland helpt, zij het indirect, om de opkomst van het nationaal-socialisme beter te begrijpen.
Oorlogsenthousiasme
Toller groeit op in een rijke Joodse familie uit Posen, in het noorden van Duitsland. In zijn autobiografie vertelt hij op humoristische wijze de ondeugende streken die hij uithaalde, maar ook de vooroordelen die er in de Wilhelminische Zeit waren tegen Polen en Joden. Aan de discriminatie van Polen doet de jonge Ernst lustig mee. Hij voelt zich ook gewoon Duitser.
Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt zit Toller als student in Grenoble, Frankrijk. Hij en veel andere Duitse studenten trekken de Zwitserse grens over om zo weer naar Duitsland terug te keren. De oorlogseuforie van augustus 1914 vindt ook gehoor bij Toller en hij meldt zich vol overtuiging aan bij het Beierse leger, net als Adolf Hitler. Toen Duitsland in 1871 een keizerrijk was geworden hadden de vier koninkrijken in het rijk – Pruisen, Beieren, Saksen en Württemberg – namelijk hun eigen legers mogen behouden. In tegenstelling tot Hitler ging Toller echter niet meteen naar het front. Net als veel andere reservisten moest hij naar Elzas-Lotharingen, om een eventuele rebellie van die in 1871 op Frankrijk veroverde provincie te voorkomen.
In 1915 gaat Toller eindelijk naar het front. Zijn enthousiasme slaat echter in no time om in het tegendeel als hij geconfronteerd wordt met de verschrikkingen en de zinloosheid van de oorlog. Toller wordt pacifist. Het valt hem ook op dat beroepsofficieren en frontsoldaten veel realistischer zijn dan de officieren en de elite aan het thuisfront, die dromen over grote gebiedsuitbreidingen.
Oppositie
In mei 1916 krijgt Toller een totale psychische en fysieke inzinking en wordt voor behandeling naar het achterland gestuurd. Omdat hij in januari 1917 wordt afgekeurd voor het leger keert hij weer terug naar de collegebankjes, die van de Ludwig-Maximilians-Universität in München. Hij studeert rechten en filosofie en komt vanwege de gedichten die hij schrijft in contact met beroemde Duitse intellectuelen: de schrijver Thomas Mann, de dichter Rainer Maria Rilke en de socioloog Max Weber. Toller neemt deel aan politiek-filosofische discussies over de toekomst van Duitsland en krijgt sympathie voor de pacifistische Unabhängigen Sozialdemokratische Partei (USPD), die zich in de Eerste Wereldoorlog heeft afgesplitst van de SPD.
De pacifisten worden keihard bestreden door de in 1917 opgerichte Deutsche Vaterlandspartei, een extreemrechtse partij die nationalisme, militarisme, antimarxisme en antisemitisme met elkaar combineert. Ook de Duitse overheid keert zich tegen de pacifisten. Toller en andere activisten worden opgepakt. Als Toller wordt verhoord, wordt hij geconfronteerd met het paranoïde wereldbeeld van de geheime politie. Achter de demonstranten, die vooral tegen de oorlog zijn omdat ze de ellende aan het front hebben gezien en de hongersnood in Duitsland aan den lijve hebben ervaren, vermoeden de agenten een wereldwijd complot. Dat de activisten een stelletje arme amateurs zijn wil de politie niet begrijpen.

Minister
In augustus 1918 wordt het duidelijk dat Duitsland de oorlog niet meer kan winnen. De geallieerde legers aan het westfront worden versterkt met verse Amerikaanse troepen en het Duitse leger is oorlogsmoe. Begin november breekt in Duitsland de revolutie uit, als de matrozen in Kiel weigeren om uit te varen tegen het Verenigd Koninkrijk in een laatste wanhoopszeeslag. In Beieren wordt het huis Wittelsbach afgezet en de Vrijstaat Beieren uitgeroepen. De Joodse USPD-politicus Kurt Eisner wordt minister-president. Hij wordt niet lang daarna vermoord door Anton Graf von Arco auf Valley. Deze extreemrechtse graaf is lid is van de schimmige Thule-Gesellschaft, een genootschap waarvan veel latere naziprominenten lid zijn. De moord op Eisner zorgt ervoor dat links radicaliseert. Er breekt een tweede revolutie uit en Beieren wordt een Radenrepubliek, naar het grote voorbeeld van de in 1917 ontstane Sovjet-Unie. De welbespraakte Toller treedt als minister tot deze republiek toe.
De Beierse Radenrepubliek wordt door Toller vergeleken met de Parijse Commune. Maar net als de Commune is de Radenrepubliek geen lang leven beschoren. De Parijse Commune hield het amper twee maanden vol, van 18 maart tot 28 mei 1871, de Radenrepubliek bestaat nog korter, van 7 april tot 1 mei (hoe ironisch) 1919.
Achteraf kon de Radenrepubliek ook alleen maar mislukken. De revolutionairen waren intern zeer verdeeld, de communisten stonden tegenover de onafhankelijke socialisten en anarchisten, en begin 1919 was in Berlijn de Spartakistenopstand al neergeslagen. De revolutie kwam te laat.
Contrarevolutie
De Duitse vrijkorpsen die de Beierse revolutie neerslaan worden door Toller de ‘witten’ genoemd, net als de contrarevolutionaire Russen die tussen 1918 en 1922 de communisten bevochten. De witte terreur in Beieren is verschrikkelijk. Er worden veel mannen en vrouwen tegen de muur gezet. Ook worden veel gevangenen ‘auf der Flucht erschossen’.
Maar Toller heeft geluk. Omdat hij zich een tijdlang verborgen weet te houden en pas ontdekt wordt als de ergste moordpartijen geweest zijn ontsnapt hij aan een zekere dood. Ook heeft hij geluk dat hij vanwege zijn gedichten en contacten met beroemde schrijvers geliefd is bij de intellectuele elite van Duitsland, zodat de rechters hem niet tot doodstraf of tot levenslang durven te veroordelen. Toller krijgt ‘slechts’ vijf jaar, wat trouwens een veel zwaardere straf is dan de slechts negen maand die Hitler later zal krijgen na de mislukte putsch in de bierkelder.
In hun veroordelingen van linkse en rechtse politieke extremisten zijn Duitse rechters erg verschillig. Graf van Arco’s doodstraf wordt omgezet in een gevangenisstraf en hij komt in 1927 al vrij. Ook de extreemrechtse moordenaars van de Joodse minister Walther Rathenau krijgen lage straffen. Dat Duitsland ondanks al deze politieke moorden niet afzakt naar een totale anarchie komt omdat het vanaf 1925 weer goed gaat met de economie. De nazipartij zal het pas weer goed doen wanneer in 1929 de economische crisis uitbreekt.
Ondergang
Toller eindigt zijn boek ‘met het oog op vandaag’, dat wil zeggen de ineenstorting van de Duitse democratie in 1933. Volgens Toller hebben de Duitsers niets geleerd van de revolutie van 1918-1919. De sociaal-democraten hadden in 1918-1919 gemene zaak gemaakt met de contrarevolutie en deden in 1929-1933 ook te weinig om de nazi’s te stoppen. De ‘doctrinairen’ (lees: uiterst links) bleven elkaar bestrijden en verzuimden om het Duitse volk een groots perspectief te tonen. De schrijvers idealiseerden de arbeider, maar verloren hun moed als ze een echte tegenkwamen. Van een gezamenlijk front tegen de nazi’s en een alternatief voor hun politiek kan daarom in 1933 geen sprake zijn.
Toller voorziet in 1933 al de ondergang van Duitsland. In de Eerste Wereldoorlog had het Duitse volk zijn hoop gevestigd op de keizer en ging ten onder, dat zal straks met Hitler niet anders zijn. Tollers beschrijving van de nazi als barbaar blijkt bovendien verrassend actueel met het oog op ons vandaag:
Leer de deugden van de barbaar: schieten, steken, roven, onderdruk de zwakke, roei hem uit, brutaal en meedogenloos, verleer het lijden van de ander te voelen, vergeet niet dat je als wreker bent geboren, wreek je voor je vernederingen van vandaag, voor die van gisteren en voor die welke je morgen zouden kunnen treffen, wees trots, je bent een held, veracht een vreedzaam leven en een vreedzame dood, het opperste geluk van de mensheid is oorlog.
Aan het einde van Eine Jugend in Deutschland komt de putschist Adolf Hitler nog even ter sprake. Een medegevangene zei tegen Toller dat hij Hitler in 1919 in München had ontmoet. De latere Führer zei toen dat hij een sociaaldemocraat was. Tollers medegevangene vond dat Hitler bombastisch sprak en deed alsof hij ontwikkeld was, maar dat hij de boeken die hij had gelezen op één of andere manier niet goed had verwerkt. Hitler was een dilettant.
Toller stoort zich natuurlijk aan het antisemitisme van Hitler, maar daarnaast aan zijn ontzettende hypocrisie. Volgens Hitler zijn de Joden en marxisten verantwoordelijk voor de Vrede van Versailles. Dat is aantoonbare nonsens, omdat Toller en andere linkse Duitsers in 1919 tegen de onrechtvaardige vredesvoorwaarden protesteerden, terwijl Hitler en de zijnen toen niets deden. Het plotselinge protest van Hitler enkele jaren later is mosterd na de maaltijd, aldus Toller. Ook gedurende de Beierse Radenrepubliek hield Hitler zich op de vlakte. Toller ontmaskert de Führer in zijn boek dus als een gewiekste rasopportunist.
Eine Jugend in Deutschland is lovend besproken door de Nederlandse nazivreter Menno ter Braak. Als Toller op 22 mei 1939 zelfmoord pleegt noemt Ter Braak hem:
…een schrijver van groot formaat, maar wel dat van een getourmenteerd mensch, die op hartstochtelijke wijze verknocht was aan een ideaal en daarvan op dikwijls schril-pathetische wijze kon getuigen.
Toller kiest hiervoor, omdat de fascisten op 1 april 1939 de Spaanse Burgeroorlog hebben gewonnen. Ter Braak zelf zal op 14 mei 1940 een einde aan zijn leven maken.
———-
