Naar de film

Filmster en fotomodel

Een vriend van mij, van wie ik dat nooit had verwacht, ging naar de filmacademie. Leuk! Aan het eind van het eerste jaar moest hij met een paar medestudenten een film maken, om te bepalen of hij de school moest verlaten of verder mocht. Hij vroeg mij of ik mee wilde doen. Hij had mij wel eens op het toneel gezien en vond mij zodoende zeer geschikt om op te treden in een film. Zonder verder nadenken stemde ik toe. Wist ik veel!

De opnamen waren in Zandvoort, op verschillende locaties. Ik vroeg wanneer ik het script kreeg. Dat was er niet. En de tekst? Die was er ook niet. De dialogen moesten ik en mijn tegenspeler, die ik nog nooit gezien had, improviseren. Het was de tijd van de nouvelle vague en improviseren was ‘bon ton’. Daarom waren die films van Godard zo slecht. Naar mijn mening althans. En ik had er een bloedhekel aan, aan dat improviseren.

De eerste twee uur van de opnamen zat de dop nog op de camera. Die moesten dus over. En van de geluidsman hing de hengel met de microfoon steeds in beeld. Daarom werd besloten zonder geluid verder te gaan en dat achteraf in een studio op te nemen. Dat maakte de gang van zaken wel wat makkelijker, maar toen er ook nog gefilmd werd zonder film in de camera, werd er voor die dag gestopt. Ik vroeg me af wie in ‘s hemelsnaam het toelatingsbeleid van die filmacademie bepaalde. De dobbelsteen? Kon die zogenaamde cameraman niet beter loodgieter worden? Maar goed, die film kwam er en het geluid ook. Maar ik heb hem nooit gezien.

Jaren later werd ik op straat aangesproken door een jonge vrouw met een camera om haar nek. Ze stelde zich voor en vertelde dat ze werkte voor een modellenbureau en of ze mij mocht inschrijven als model. Het was in die tijd bon ton om ‘gewone mensen’ te gebruiken in de reclame en zij vond mij daar buitengewoon geschikt voor. Ik stemde toe en ze maakte een paar foto’s en stelde een paar impertinente vragen. Ik hoorde er verder nooit meer iets van, tot ik op een dag gesommeerd werd op een bepaalde plek te verschijnen in een bepaald soort kleren. Ik wilde dat wel eens meemaken zo’n fotoshoot en ik verscheen op de afgesproken tijd en met mij nog zeker 30 anderen.

We kregen allemaal een plekje toegewezen en een bepaalde houding die we moesten aannemen. De fotografe begon met het instellen van haar camera en toen schoof er een wolk voor de zon. Wachten tot de wolk vertrok en de zon weer terugkeerde. Zo ging het nog een keer of drie en ik was er inmiddels bij gaan zitten. Ik overwoog sterk de pijp aan Maarten te geven, maar wilde niet kinderachtig zijn. Toen eindelijk de wolken verdwenen waren, was er niet genoeg licht meer en werd de shoot uitgesteld tot de volgende week. Ik ging naar huis en hield het verder voor gezien. Niet nog zo’n dag. Na een paar weken was er 60 euro op mijn rekening bijgeschreven. Dus al die ellende ook nog voor een hongerloon! Aan volgende uitnodigingen heb ik geen gehoor meer gegeven.

———-

De foto is van de filmster zelf.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)