
Cultuurpessimisten wijten veel wat misgaat in de hedendaagse wereld aan de sociale media. Misschien hebben ze gelijk, maar dat weerhoudt mij er niet van om intensief en over het algemeen met veel plezier gebruik te blijven maken van die vermaledijde ‘socials’. Met een aantal medetwitteraars en/of Faceboekaniers heb ik zelfs iets dat lijkt op vriendschapsbanden opgebouwd. Sommige mensen die deze poelen des verderfs de rug hebben toegekeerd mis ik daadwerkelijk.
Ik heb er geen sterke behoefte aan om deze virtuele vrienden ook in het echte leven te ontmoeten, maar ik ga het ook niet uit de weg. Toen mijn twittervriend Wim Berkelaar meedeelde dat hij een praatje over Lion Feuchtwanger zou gaan houden op de Deutsche Internationale Schule in Den Haag op een tijdstip dat ik er vrijwel langs zou fietsen liet ik mij die buitenkans dus niet ontgaan. Ik werd door een vriendelijke conciërge de weg gewezen door de catacomben van deze school en bevond mij ineens in het gezelschap van de gedistingeerde leden van het Genootschap Nederland-Duitsland.
De historicus Wim Berkelaar en ik delen veel interesses. Als vaste boekbespreker van het prachtige radioprogramma OVT heeft hij bovendien het voorrecht dat hij heel veel boeken moet lezen. Aangezien dit stuk voor stuk boeken zijn die ik ook graag gelezen zou hebben, maakt me dat buitengewoon jaloers. Ik was hem nog nooit in levende lijve tegengekomen, al had hij ooit tijdens de coronajaren via Teams op mijn verzoek een gastcollege gegeven aan mijn studenten dat door hen zeer op prijs werd gesteld.
Toen ik binnenkwam was Wim al in een geanimeerde conversatie gewikkeld met de germanist Ewout van der Knaap over Duitsland tijdens de Republiek van Weimar in het algemeen en Lion Feuchtwangers roman Jud Süß uit 1925 in het bijzonder. Deze roman is onlangs in een nieuwe vertaling verschenen bij uitgeverij Schokland. Over de thematiek van deze roman, die het tragische verhaal vertelt van de achttiende-eeuwse jood Joseph Süß Oppenheimer die financieel adviseur werd van hertog Karel Alexander van Württemberg en na diens dood op grond van valse beschuldigingen ter dood werd veroordeeld en gewurgd, ontspon zich een boeiende discussie met het zeer beschaafde publiek dat de indruk wekte graag met terugwerkende kracht de Republiek van Weimar te willen redden. ‘Hoe is het mogelijk dat de nazi’s juist dit verhaal als uitgangspunt van de anti-semitische film Jud Süß gebruikten?’ ‘Was Feuchtwanger in zijn afschuw van de nazi’s niet te vriendelijk voor de Sovjet Unie geworden?’

Ik had wel van Feuchtwanger gehoord, nog nooit iets van hem gelezen. Gezien zijn achtergrond – joods, links, uit München – vermoedde ik dat hij dan waarschijnlijk wel in de kringen van Erich Mühsam en Ernst Toller zou hebben verkeerd, aan wie ik enige tijd geleden een stukje in De Leunstoel wijdde. Uitgever/vertaler Nils Buis, die in een hoek van de zaal een boekenstalletje bemenste, begon gelijk met een boekje te zwaaien. Hij had ook Tollers ‘Een jeugd in Duitsland‘ uitgegeven. Het zag er prachtig uit, maar ik moest dat nog ergens in de boekenkast hebben staan. Ik schafte dus alleen Jud Süß aan. Thuisgekomen ging ik uiteraard wel op zoek naar mijn Tollercollectie die ik in geen decennia had opengeslagen.
Op de achterkant van ‘Der Fall Toller’ van Frühwald en Spalek was het al raak. Daar staat een uitgebreid citaat van Lionel Feuchtwanger over Toller die ‘überstromend von Leben war’. ‘Er liebte die Menschen, die Menschen spürten das und sie spürten, dass die Worte, die er aus dem Munde liess, ihm aus dem Herz kamen.’
Ik werd weer de herinneringen van Toller ingezogen. Hoe hij als enthousiaste frontsoldaat de waanzin van de oorlog wordt ingezogen om vervolgens als revolutionair in de waanzin van revolutie en contrarevolutie terecht te komen. Tollers worsteling om ondanks alle rampspoed ‘mens’ te blijven, maakt dat zijn autobiografische schets – naast alle boeiende historische details – van blijvende waarde is. Ik stel het op één lijn met Homage to Catalonia van George Orwell.
En Jud Süss …? Een prachtboek!
Wordt vervolgd, dus.
Ernst Toller en Lion Feuchtwanger worden in Nederland uitgegeven door uitgeverij Schokland.
———-
De auteur heeft de illustraties geleverd.
