De verbazing

Het gelijk van de Lampenpoetser.

Een paar weken geleden reden we vanuit Gouda terug naar Den Haag toen ineens de matrixborden aanflitsten om ons te manen onze snelheid te matigen. Politieauto’s met luide sirenes passeerden ons en versperden de Utrechtse baan. Langs een omweg bereikten we het Malieveld en werd de reden van de plotselinge wegomlegging duidelijk. Extinction Rebellion was weer eens de A12 aan het blokkeren. Op het moment dat we langsreden barstte er een enorme regenbui los. Een echte wolkbreuk. Ik moet bekennen: ik lachte in mijn vuistje.

Ik deel de zorgen van de mensen van Extinction Rebellion, maar ik vind die blokkades uiterst irritant en zinloos. Bovendien: als zij te pas en te onpas snelwegen mogen blokkeren vanwege het demonstratierecht, dan mogen andere pressiegroepen dat ook. Dat lijkt me geen  prettige ontwikkeling.

En toen dacht ik aan Erich Mühsam.

Mühsam was een van de leidende figuren van de Beierse Radenrepubliek, die in april 1919 in München was uitgeroepen en het nog geen maand volhield. Hoewel ik de geschiedenis van die zeer kortstondige ‘republiek’ nog steeds een interessante episode in de geschiedenis van de Weimarrepubliek vind, stelde het bij nader inzien niet veel voor. De Wederdopers hadden in Münster langer dan een jaar de tijd gehad om Gods rijk op aarde te stichten, daar staken die paar weken in München schril tegen af. Het resultaat was even futiel.

Mijn interesse voor die Beierse revolutie was vooral gewekt door twee schrijvers: de toneelschrijver Ernst Toller en de dichter Erich Mühsam, die daar een vooraanstaande rol in speelden. De toneelstukken van Toller als ‘Massemensch’ en ‘Hoppla! Wir leben’ maakten grote indruk op me.  Van Erich Mühsam had ik een bundel gedichten genaamd ‘War einmal ein Revoluzzer’. 

De titel verwijst naar het gedicht ‘Der Revoluzzer’, dat is opgedragen aan de sociaaldemocratie. De in dit gedicht geportretteerde ‘revoloetser’ is in het dagelijks leven een lampenpoetser. Hij doet aanvankelijk dapper mee met de andere revoloetsers, totdat hij tot zijn schrik merkt dat deze de door hem met veel toewijding gepoetste lantarenpalen slopen. Zijn appel om de lantarenpalen te sparen wordt met hoongelach begroet. Daarop besluit hij naar huis te gaan en een boek te schrijven over ‘hoe men revoloetst terwijl men tevens lampen poetst’.

De boodschap was duidelijk: een echte revolutionair weet dat je om succesvol te kunnen ‘revoloetsen’ niet alle lantarenpalen kan sparen, zoals die wankelmoedige sociaaldemocraten willen. Het doel heiligt de middelen. In mijn radicale jeugd gaf ik Mühsam gelijk dat hij die sociaaldemocratische lampenpoetsers bekritiseerde. Nu denk ik er anders over. Ik ben zelf een lampenpoetser geworden.  

Een week later

Een week later bleek mijn vrees dat ook andere types tot snelwegblokkades over zouden gaan bewaarheid te worden. Een bende fascistoïde types volgde het voorbeeld van Extinction Rebellion en blokkeerde diezelfde Utrechtse baan. Als zij het mogen, waarom dat ongewassen tuig dan niet? En dan denk ik aan Michelle Obama met haar ‘when they go low, we go high’.

Even later bekroop me toch weer de twijfel. Toen ik door Mühsams gedichten bladerde stuitte ik op ‘Gesang der Intellektuellen’:

‘Aber kommt’s zum Burgerkrieg, –

Ja kein Blutvergiessen!

Auf den Kolben jeder Flinte

Schreibt mit roter Liebestinte:

Bruder, nur nicht schiessen!‘

Hoe netjes kun je blijven als ‘de andere kant’ niet alleen een snelweg blokkeert, maar ook de stad kort en klein slaat en de politie molesteert? ‘En die halvegaren dan, die uit solidariteit met de Palestijnen de UvA slopen?’, denkt u wellicht. Net zo verschrikkelijk, als u het mij vraagt. Les extremes se touchent.

De Beierse Radenrepubliek werd uitgeroepen nadat een rechts-radicale baron – Arco Valley – de Beierse ministerpresident Kurt Eisner had vermoord. De gezaghebbende historicus Sebastian Haffner vond Eisner, meer dan president Ebert, in staat om Duitsland na de Eerste Wereldoorlog naar een vreedzame toekomst te leiden.  

Erich Mühsam verdween na de val van de Beierse Radenrepubliek vijf jaar in de cel. Na de Rijksdagbrand was hij een van de mensen die de nazi’s oppakten. Hij werd vermoord in Oranienburg.

Ernst Toller pleegde in 1939 zelfmoord in New York. In de nazi-pers werd zijn dood begroet met: ‘Hoppla, ihr sterbt’.

Het feit dat ze beiden ‘geassimileerde joden’ waren voedde de haat nog meer.

Toch hoop ik als een echte lampenpoetser dat het fatsoen de oprukkende barbaren kan stuiten – of ze nu van uiterst rechts, of van uiterst links komen. Wellicht tegen beter weten in.

Ernst Busch – Der Revoluzzer https://www.youtube.com/watch?v=lgvF4f3YQHw

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Willem Minderhout

Willem Minderhout (1959) werkt sinds 2005 mee aan De Leunstoel en schrijft over van alles en nog wat. Tevens maakt hij al geruime tijd deel uit van de redactie. De laatste achttien jaar van zijn werkzame leven was hij docent bestuurskunde aan de Haagse Hogeschool. Hij is één van de laatste auteurs met een ruggegraat die zich verzetten tegen de tussen-n.  Hij dwingt zijn kleinkinderen pannekoeken te eten, hetgeen zij overigens graag doen.