Ergernissen

Spuiplein: de kneuterigheid ten top *

Tijdens de korte periode van het ‘linkse college’ (PvdA, Links Den Haag, D66, tussen 1986 en 1989) in Den Haag zijn er veel richtinggevende besluiten genomen om de op apegapen liggende binnenstad een nieuw impuls te geven. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk het witte stadhuis van de architect Richard Meier. Dat stadhuis, te danken aan de niet aflatende inspanningen van de toenmalige wethouder Adri Duivesteijn, bestaat nu dertig jaar. In het atrium van het stadhuis is daar een interessante expositie aan gewijd. 

Er werd ook niet alleen gebouwd: onder regie van D66-wethouder René Vlaanderen werd er ook gewerkt aan een herinrichting van de binnenstad. Onder de naam ‘De Kern Gezond’ werd de buitenruimte aangepakt: van bestrating tot straatmeubilair. De openbare ruimte moest weer leefruimte geven aan de bewoners en bezoekers van de binnenstad.

Op sommige plekken lukte dit uitstekend. De Plaats, de Grote Markt en het Plein zijn levendige en aantrekkelijke ontmoetingsplaatsen geworden.  Op één plek is het echter niet gelukt. Juist het plein tussen het stadhuis de Anton Philipszaal (tegenwoordig Amare), het Spuitheater en de Nieuwe Kerk bleef een dode hoek.

Er werden moedige pogingen gedaan om het plein leven in te blazen. De Haagse Uitmarkt werd er georganiseerd. Ik vond dat wat gekunsteld, want die werd altijd in de mooiste publieke ruimte van de stad – het Lange Voorhout – georganiseerd. Waarom zou je dat verplaatsen naar zo’n winderig niemandsland? Gelukkig is men nu weer teruggekeerd naar het Voorhout.

Maar wat moest er nu wel met dat plein gebeuren? De enigen die zich er echt thuis voelden waren de skaters, die genoten van de hardstenen plavuizen. 

Naar aanleiding van een herinrichtingsplan schreef Adri Duivesteijn in ’21 een brief aan het gemeentebestuur waarin hij waarschuwde voor een statisch plan. ‘De bloembakken met de betonnen randen zijn intolerant en laten geen enkele andere functies toe dan ‘flaneren, zitten en kijken’. Het zou ook anders kunnen.  ‘Zoals het atrium hét binnenplein is, kan het Spuiplein hét buitenplein worden van ons centrum’, schreef hij. Mits het open karakter maar geëerbiedigd en versterkt wordt.

Nadat Adri overleden was (maart ’23) werd tijdens een herdenkingsbijeenkomst een actie opgestart om van het Spuiplein een ‘Adri Duivesteijnplein’  te maken. Ron Fresen en Sjaak Bral overhandigden samen met Adri’s dochter Alisa-Jo een groot aantal handtekeningen aan burgemeester Van Zanen om de daad bij het woord te voegen.

Eind goed al goed, zou je denken. Nu het nieuwe Spuiplein is opgeleverd, bleek er echter niets aan de plannen veranderd te zijn. Een treurige bak water met wat bankjes eromheen en bloembakken hebben het plein onherstelbaar vertrut. Wellicht zou dit een impuls zijn voor de binnenstad van Dronten, maar toch niet voor Den Haag? 

Hoe heeft het zover kunnen komen? Ik vroeg het Adri’s weduwe Liesbeth Janson.

‘Adri had  altijd al plannen voor een nieuw cultureel hart van de stad’, vertekt ze me. ‘Het stadhuis met het overdekte atrium als binnenplein, de bibliotheek, filmhuis, theater aan het Spui en de muziekzaal (nu Amare). Alles naast elkaar, een kloppend cultureel hart. Een mooi rustig stedelijk  plein zoals bijvoorbeeld Het Vrijthof in Maastricht, wel met bomen aan de randen, maar open en met veel ruimte voor allerlei activiteiten. Van muziek tot en met demonstraties. Een plein waar iedereen elkaar kan ontmoeten.’

‘Maar waarom is dat niet gelukt?’ ‘Toen Adri als wethouder moest vertrekken is de uitvoering van het stadhuis door Peter Noordanus ter hand genomen en later werd Amare ontwikkeld, alles mooi en aardig. Maar na Adri was er geen enkele wethouder meer met een duidelijke stevige ambitie om van het Spuiplein de kroon op al die ontwikkelingen te maken. Het ontwerp van dat plein is overgelaten aan procesmanagers die allemaal keurige inspraakrondes hebben georganiseerd. En dan krijg je dus een plan met van alles een beetje. Adri was daar furieus over en heeft echt zijn best gedaan toen die plannen naar buiten kwamen. Op de radio en in de krant liet hij zijn mening duidelijk horen. Men wist best dat hij er verre van blij mee was, maar er was niemand binnen B&W die de puf had om de procedure te keren.’

‘Blijkbaar ben ik vreselijk naïef, maar ik had de stellige overtuiging dat de actie die na Adri’s overlijden, tijdens de herdenkinsgbijeenkomst in het atrium, van start ging om van het Spuiplein een echt ‘Adri Duivesteijnplein’ te maken een daverend succes was. Hoe kan het dat daar niets van terecht is gekomen?’

‘Tijdens die spontane actie na zijn overlijden was het huidige plan volgens mij al goedgekeurd en de uitvoering ingepland. Voor veel bestuurders kan er dan niets meer gedaan worden. Voor Adri niet, die zou als hij nog in het bestuur zat, gewoon ingrijpen. Maar daar heb je moed voor nodig en je moet niet bang zijn om mensen tegen je in het harnas te jagen. Daarvoor moet je het gevoel hebben dat iets anders voor de stad ook veel beter is, dat moet je voelen en daar moet je voor willen knokken. Adri heeft het echt geprobeerd maar het mocht niet meer baten.’

https://www.adriduivesteijn.nl/tag/spuiplein

Foto 1: Willem Minderhout

Foto 2 en 3: Liesbeth Janson

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Willem Minderhout

Willem Minderhout (1959) werkt als docent aan de opleiding Bestuurskunde en Overheidsmanagement van de Haagse Hogeschool. Sinds 2005 werkt hij met veel plezier mee aan De Leunstoel. Hij schrijft voor verschillende rubrieken, vaak hebben zijn bijdragen iets met literatuur te maken.