September in zijn tweede helft. Paarstinten van herfstasters en een late geranium. Daartussen de maagdelijk witte kelken van de Haagwinde (Calystegia sepium). De Winde is nu op haar hoogtepunt. Letterlijk. Vanaf de lente is ze al bezig hogerop te komen en nu bloeit ze uitbundig. Wanneer de zon opkomt vouwen de bloemen open en lonken ze naar de hommels. Het leven van een Windebloem beslaat maar een dag. Wanneer de nacht valt is het gedaan. Op de grond liggen de gestorven bloemen, als slordig gedraaide shagjes. Morgen is het toneel voor hun jongere zusjes.

In de volksmond heet de Winde, Pispotje. Niet Koningskelk of Bruidsbeker, maar Pispotje. De naam getuigt van weinig respect. Haagwinde is een zeer goed aangepaste, inheemse plant. Met een hoog IQ. Ze zal nog eonen blijven doorwoekeren, lang nadat homo sapiens van de aardbodem is verdwenen. In haar enthousiasme kan ze andere planten behoorlijk in de weg zitten. Als een groene waterval overspoelt ze zelfs bramen. Weten die ook eens hoe dat voelt. Maar haar overheersing duurt niet lang. De eerste tekenen van verval zijn nu al zichtbaar. De bladeren vertonen gaatjes en krijgen een gele waas. Haar grip verslapt. De wurgende stengels blijken broos, en voor je het weet is er niets meer van haar over.
Boven de grond mag ze straks verdwenen zijn, onder de grond leeft ze door. Teruggetrokken en gereduceerd tot een grillig netwerk van witte wortels vol zetmeel en groeihormonen. Geduldig wacht ze af. Wanneer de grond voldoende is opgewarmd, ontspruiten de eerste dunne sprietjes. Onbeholpen tast de jonge winde om zich heen. Aan niets is te zien hoe ze straks heerst, met stengels als niet-stuk-te-trekken-kabels, haar bladeren groot als een mensenhand. Maar zo ver is het nog niet. Bescheiden pijlvormige blaadjes helpen om de voorraden in de wortels aan te vullen met energie van de zon. Alle groei is nu gericht op zoeken. De verkenners leggen makkelijk 10 centimeter per dag af. In kaarsrechte lijnen speuren ze systematisch de omgeving af. De informatie gaat terug naar het wortelnetwerk. Op kansrijke plekken komen in rap tempo extra ranken uit de grond. Als een echte pionier-plant, heeft ze een kaal stuk grond binnen een paar weken bedekt. Een serieuze prestatie, maar dit is pas het begin. Ze wil de korte tijd, die ze heeft, niet doorbrengen als een laag bij de grondse bodembedekker. Ze is bedoeld voor hogere sferen. Ze heeft alleen het juiste duwtje nodig. Een hek, een nietsvermoedende vlinderstruik, een afhangende rozentak, alles voldoet.

Als ze in contact komt met het juiste slachtoffer, verandert ze onmiddellijk van groeistrategie. Aan de kant van de eerste aanraking laat ze de cellen in haar rank iets langzamer groeien. Hierdoor gaat haar stengel spiralen en windt zich stevig om het slachtoffer. Ze kan zelfs de wikkelrichting aanpassen als ze wil. Een knap staaltje plantenintelligentie. Hoe hoger ze komt, hoe groter haar bladeren, hoe meer ranken en bloemen ze maakt. Als een koningin zit ze op haar hoge troon. Haar onderdanen bedekt met haar groene mantel.

Een tuin waar alles bedolven is onder Winde is misschien niet ideaal. Om haar in te perken, wordt geadviseerd haar aan te pakken bij de kern, de wortels. Soms heb je beet en trek je een hele kluwen naar boven. Dat voelt lekker. Je bent aan de winnende hand. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ze heeft haar wortels zo ontworpen, dat ze makkelijk breken. En elk minuscuul stukje kan prima een windeplant voortbrengen. Van dat beetje getrek is ze dus niet onder de indruk. Waarschijnlijk help je haar bij de uitbreiding van haar rijk. Het hoofdkwartier zit trouwens in de kernwortel op twee tot vijf meter onder de grond. Ik stel me een stelsel van windewortels voor, duizenden jaren oud. Misschien wel met vertakkingen onder het hele continent!

Een betere strategie is om je tuin vol te zetten met bodembedekkende planten. Daar kan ze uiteindelijk niet tegenop. Maar tot het zo ver is kan je haar het beste in je hart sluiten en respectvol aanschouwen hoe ze elk seizoen je tuin opnieuw verovert. En daarmee een hoop beestjes van voedsel en een schuilplaats voorziet. Zo zijn de bladeren noodzakelijk voedsel voor rupsen. Zonder haagwinde, geen windepijlstaart.

Haar wortels hebben en passant de bodem voor je losgemaakt en regenwormen gelokt. En haar afgevallen blad verrijkt je grond met haar organische materiaal. Bovendien hield ze braam en brandnetel onder de duim.

In mijn tuin is de Haagwinde nagenoeg verdwenen. Het werd haar te vol denk ik. Voor de hommels en voor mezelf zaai ik haar éénjarige neefje: Ipomoea purpurea. De perfecte beginners-Winde. In één seizoen verovert hij een heel hek en versiert het met dieppaarse bloemen. In de winter verdwijnt hij volledig, maar laat altijd zaadjes achter voor het volgende jaar. Zo heeft hij op zijn manier een vaste plek in mijn tuin veroverd.

———-

Alle plaatjes zijn van de auteur

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>