
Ik erger me nooit aan televisiepersoonlijkheden als Johan Derksen, want ik kijk er nooit naar. Omdat dit soort volkshelden er een kunst van heeft gemaakt het nieuws te halen, dringt hun bestaan echter wel af en toe tot me door. De manier waarop hij PvdA-kamerlid Habtamu de Hoop het recht ontzegde om zich Fries te noemen, bijvoorbeeld, ondanks het feit dat hij als Ethiopische vondeling door een Fries boerenechtpaar uit Wommels is geadopteerd en vloeiend Fries spreekt. Wat mij vooral opviel was de onpeilbare domheid van Derksens opmerking dat hijzelf ’toch ook geen Surinamer’ is.
Surinamers heb je in veel soorten en maten – van diepzwart tot net zo hagelwit als Derksen. Met Ethiopische wortels zijn ze waarschijnlijk vrij zeldzaam, maar dat hoeft op zich geen hindernis te zijn. Derksen is inderdaad geen Surinamer, want hij komt uit Heteren in de Betuwe, dus de kans is groot dat hij een directe afstammeling is van de Batavieren die driehonderd jaar voor de jaartelling ‘in een holle boomstam bij Lobith ons land kwamen binnenvaren’. Maar niet iedereen kan prat gaan op zo’n geboomstamde stamboom. Als Derksen echter verwant zou zijn geweest aan de naar Suriname vertrokken keuterboertjes, de boeroes, dan zou hij het volste recht hebben gehad zich Surinamer te noemen.
Dankzij Cynthia McLeod kan iedere Nederlander ook een beetje Surinamer worden. Net zoals je een beetje Drent kunt worden door Bartje te lezen, of Fries dankzij de jongens van de Kameleon. Mevrouw McLeod stamt uit de Surinaamse elite. Haar vader was Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, voormalig CDA-kamerlid Kathleen Ferrier is haar halfzus.
Ik had nog nooit van haar gehoord totdat ik samen met een aantal studenten een debatdag over slavernij had georganiseerd. Mevrouw McLeod was op dat moment in het land en één van de studenten had haar uitgenodigd. Ik was zeer onder de indruk van haar verschijning en van haar verhaal. Een echte ‘grande dame’.
Dankzij de boeken die ik van haar gelezen heb – ‘Hoe duur was de suiker’ en ‘De vrije negerin Elisabeth’ – koester ik het idee dat ik iets van Suriname en de haat-liefdeverhouding tussen Suriname en Nederland begrepen heb. Het is uiteraard slechts fragmentarisch en een belangrijke periode uit de wording van het hedendaagse Suriname, de komst van de Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders, ontbreekt. Toch denk ik dat het voor iedere Surinamer net zo goed als voor iedere Nederlander de moeite waard is om McLeod te lezen. Het is bovendien ook geen moeilijk toegankelijke literatuur. Het wordt haar wel eens verweten dat haar stijl aan jeugdboeken doet denken. Dat lijkt me echter een compliment.

Wat mij aanspreekt in haar boeken is dat ze de lezer meeneemt naar een tijd waarin het verschil tussen rangen en standen vanzelfsprekend was en slavernij als een normaal verschijnsel werd gezien. Een wereld zonder slavernij was ondenkbaar, maar dat laat onverlet dat de mensen die zich in die maatschappij bevonden keuzes konden maken. McLeod toont de gruwelijke details van ‘de Spaanse Bok’ en andere martelingen waaraan ongewillige slaven werden onderworpen, maar zelfs de meester-slaafverhouding was niet louter zwart-wit, maar kende vele grijstinten.
Het verhaal van Elisabeth Samson dat McLeod zorgvuldig gereconstrueerd heeft, is daar een goed, zij het zeer uitzonderlijk, voorbeeld van. Elisabeth is als vrije vrouw geboren. Haar moeder was een concubine van een planter. De kinderen die zij samen hadden waren vrijgekocht en toen de planter stierf kochten zij op hun beurt hun moeder los. Toen zij Elisabeth kreeg van een zwarte vader was zij dus een vrije vrouw en was haar dochter automatisch ook vrij.
Elisabeth ontwikkelde zich tot een zeer succesvolle koffieplanter en zakenvrouw. Omdat zij van mening was dat zij juridisch gelijkwaardig was aan de kolonisten wilde zij met haar witte levenspartner trouwen. Dat is haar na een lange juridische strijd toegestaan. (Met een andere witte partner overigens, want haar eerste aspirant-echtgenoot was toen reeds overleden.)
Het verhaal toont de vele verwarrende aspecten van slavernij als juridische eigendomsverhouding enerzijds en racistisch concept anderzijds. Verwarrend vooral omdat de succesvolle ‘vrije negerin Elisabeth’ haar plantages ook door slaven liet bewerken.
Was zij daardoor Surinamer gebleven, of Nederlander geworden? We zullen het aan Johan Derksen vragen. Het illustreert wel de vele, soms onaangenaam schurende, banden tussen Suriname en Nederland.
———-
De auteur heeft de foto geleverd.
