In de tuin

Oorlog in de tuin

Het is oorlog in de tuin. Bij mij achter staat een perenboom, die zo groot is, dat hij meters boven het dak uitsteekt. Dit voorjaar bloeide hij vroeg en uitbundig en de bloesem vormde een ondoordringbare witte wolk waarin geen vogel te bespeuren was. Toch wonen er vogels.


Een paar jaar geleden zijn er een paar ontsnapte halsbandparkieten de binnentuin binnengetrokken. Met veel misbaar, mag ik wel zeggen. Halsbandparkieten leven in groepen en kiezen een vaste boom om met z’n allen de nacht in door te brengen. Zij kozen de perenboom, want die is ruim en toch ondoordringbaar, zodat je er onzichtbaar en daardoor veilig in tot rust kunt komen.


In het voorjaar waren die parkieten plotseling verdween. Familiebezoek? Inspectie van de Braziliaanse voetbalstadions in verband met het op handen zijnde wereldkampioenschap? Wie zal het zeggen. Het speet niet veel mensen, want het was meteen een stuk rustiger in de tuin. En er waren natuurlijk ook gevederde vrienden die van de situatie profiteerden: de zwarte kraaien. Zij namen de open gevallen plaatsen in bezit om te gaan zitten tetteren en krijsen om op hun manier hun voortplantingsdrift aan de man (vrouw?) te brengen. Kraaien behoren tot de zangvogels, maar om die connectie te zien heb je heel wat verbeeldingskracht nodig. Qua geluidshinder doen die zwarte spookvogels niet veel onder voor de uitheemse parkieten.


Veel gekrakeel dus in de perenboom. Maar nu zijn de halsbandparkieten plotseling terug en eisen hun boom weer op. De kraaien vinden dat geen onderhandelbaar verschil van mening. De boom is inmiddels hun thuisbasis en een sterke vogel die ze er weer uit krijgt. Die halsbandparkiet is een sterke vogel die zich niet laat intimideren en dus is het hommeles in de perenboom. Dat gaat gepaard met veel verbaal geweld van beide kanten, maar daar laten ze het niet bij. Zijn de kraaien verjaagd, dan duiken zij van bovenaf de boom in en werken de parkieten eruit. Die geven zich niet snel gewonnen en gaan ergens anders in de boom zitten en proberen de kraaien te verjagen als die nog in de lucht zijn. Andere vogels durven zich al helemaal niet meer te wagen in de perenboom.


De vermoeiende strijd wordt zo u en dan onderbroken, doordat de parkieten een tweede huis hebben. Over het dak vliegen zij naar de voorkant van mijn huis waar ze in een van de vier esdoorn gaan zitten protesteren. Daar worden ze door de kraaien met rust gelaten, want die esdoorns zijn vooral het terrein van de eksters en daarmee is het kwaad kersen eten, ook voor een kraai. Vreemd genoeg hebben de parkieten en de eksters nooit mot. Zij hebben die vier esdoorns zo’n beetje onderling verdeeld en de afspraken daarover worden kennelijk niet geschonden.

Mijn buren die aan de tuinkant slapen maken een moeilijke tijd door. De oorlogshandelingen nemen meestal al vroeg een aanvang en dan red je het niet zonder oordoppen.

Ik ben heel benieuwd hoe deze strijd zich zal ontwikkelen. Inmiddels ben ik gesteld geraakt op die brutale parkieten, omdat ze zich zo snel ingeburgerd hebben en een eigen territorium verdedigen. Maar ik houd ook van de kraaien, vanwege hun aandoenlijk lelijke stemgeluid en hun prachtig zwart verenpak.
Hopelijk kunnen ze tot een compromis komen, want ik wil ze geen van beide missen.


P.S. Deze week ben ik op de fiets weer eens aangevallen door zo’n neurotische grutto. Van mensen die zich zo sterk maken voor het behoud van deze weidevogel begrijp ik niets. Hij is er nog en zo agressief dat hij zich wel zal handhaven.

—————————————————-

Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)