Waar ik ook ben, in mijn eigen Leiden, in Haarlem of Alkmaar, in Delft of Gouda, Vlaardingen of Schiedam, maar ook in Middelburg of Zierikzee, in Dordrecht of Gorinchem, in Haarlem of Amsterdam, maar even goed in Utrecht of Amersfoort, en ook in Leeuwarden of Sneek, Bolsward of Dokkum, of in de kleinere zoals Schoonhoven en Oudewater, Brielle of zelfs Nieuwpoort, Vianen en Culemborg, het is allemaal zo aangenaam, zo vol van het Hollandse karakter. Wat maakt het tot authentieke Hollandse steden (ook als ze niet in wat ooit het Graafschap Holland heette lagen)?

We gaan maar voorbij aan de vraag wat een ‘stad’ is. Het simpele antwoord dat een stad ooit stadsrechten moet hebben gehad geeft wel houvast, maar is niet onderscheidend genoeg.
Zijn het de grachten? De rivier of zeearm waarlangs de meeste steden zijn ontstaan? Is het de stedenbouwkundige opzet, die niet voortkwam uit plannen of een ontwikkelingsvisie, maar gewoon het gevolg was van gebruik van het landschap, de dijk langs de rivier, de verhoging waar de kerk op werd gebouwd? Ik vermoed dat het water een doorslaggevende factor vormt. Maar ook die is niet overal eender. Gouda is gebouwd aan de Hollandse IJssel en de Gouwe stroomt erdoorheen. Leiden heeft zich ontwikkeld rond de Rijn, al in een tijd dat die nog bij Katwijk in zee stroomde. Schoonhoven ontwikkelde zich aan de Vlist die uitmondt in de Lek. Rotterdam ligt aan de Rotte die uitkwam op de Maas, Amsterdam aan de Amstel die uitkwam op het IJ. Zo kun je doorgaan.
Wat ook gemeenschappelijk is: de hoogteverschillen in de binnenstad stellen niets voor. En dat heeft uiteraard alles met het water te maken. En de grachten, ook als ze al gedempt zijn, bouwen voort op de poldersloten die er al eerder waren.
Bijna alle steden hebben een markt waar bovendien de belangrijkste gebouwen staan. Is ook niet altijd waar. Leiden heeft eigenlijk geen markt, Rotterdam is ook een geval apart. Maar meestal klopt het wel, al kan het dat je ver terug moet gaan in de tijd om deze kenmerken te traceren.
Hoe dan ook, het geven van een definitie mag dan niet gemakkelijk zijn, en het opsommen van de kenmerken evenmin, maar dat maakt het karakter van de Hollandse stad en de kwaliteit daarvan niet minder. Wat helpt is dat in de afgelopen halve eeuw veel gedaan is om het verblijf aangenaam te maken in al deze Hollandse steden. Monumenten zijn opgeknapt, de auto verdween op veel plaatsen, zowel geparkeerd als rijdend, winkelgevels werden in oude luister hersteld, het straatmeubilair werd aangepast, de bestrating fraaier gemaakt, bomen geplant op open ruimten, noem maar op. De grachten werden schoner door grootscheepse rioleringswerken, de zomerse stank is weg.
Sommige ontwikkelingen zijn ook jammer. Veel binnensteden worden in toenemende mate omringd met eenvormige hoogbouw, winkelstraten zijn te vaak eenvormig geworden door de schreeuwerige aanwezigheid van alle winkelketens, en helaas vallen er te vaak gaten tussen de winkels omdat ze wegtrekken of ketens failliet gaan, en helaas wordt dat weer aangevuld met marginale winkels of verkooppunten van fastfood.
Mijn balans is positief: hulde aan de Hollandse stad!
