
In mijn stukje uit de vorige editie over Jan Donkers schreef ik onder meer over het nummer ‘El Paso’ in de uitvoering van Donkers’ vriend Doug Sahm. Het staat ook op de cd die bij Jan Donkers’ boek ‘Mijn Muziek’ is toegevoegd. Die versie is in 1985 opgenomen in de VPRO Villa en geproduceerd door Jan Donkers zelf. Voor zover ik heb kunnen nagaan is dat de enige opname die Doug Sahm van ‘El Paso’ gemaakt heeft.
Het lied is oorspronkelijk van countryster Marty Robbins. De eerste opname is van 1969. Ik was ongeveer vijftien toen ik het voor het eerst hoorde en vond het gelijk geweldig. Je kunt je er van alles bij voorstellen. Robbins heeft veel succes met El Paso gehad en dat heeft geleid tot twee vervolgen. Dan zingt hij in de derde persoon hoe het verder ging. Die songs moet ik misschien ook eens gaan beluisteren.
Er zijn van El Paso volgens Wikipedia ook nogal wat covers gemaakt. In het Duits en het Frans en zelfs in het Nederlands, door John de Mol godbetert. Heel slecht. The Cats hebben gewoon de Engelstalige versie gecoverd. Niet goed, maar minder slecht dan de versie van John de Mol. Wikipedia noemt de cover van Doug Sahm niet. Wel die van The Grateful Dead. Die is heel fraai en was het meest gevraagde nummer bij hun live optredens.
Maar daar gaat het me allemaal niet om. ‘El Paso’ is namelijk een maf nummer, want de zanger is hartstikke dood op het moment dat hij het – in de eerste persoon – zingt. Hij is dan gestorven in de armen van Feleena. En als je dood bent kun je niet zingen. Echt niet. Er zijn veel liedjes die over doden gaan maar dan over iemand anders dan degene die het ten gehore brengt. Daar zijn allerlei fraaie voorbeelden van. Maar ook daar gaat het me nu niet om.
Toen ik mij realiseerde dat El Paso zo’n lied was moest ik natuurlijk meteen denken aan The Long Black Veil. Daar ligt de zanger zelfs in zijn graf.
Het lied is geschreven door Danny Dill en Marijohn Wilkin. Ze zeiden geïnspireerd te zijn door drie dingen: de opname van Red Foley van ‘God walks these Hills with me’; een krantenbericht uit die tijd over een onopgeloste moord op een priester en het verhaal van een geheimzinnige gesluierde vrouw die steeds het graf van Rudolph Valentino bezocht. Het laatste verhaal vind ik het mooiste.

De hoofdpersoon in het lied had een alibi voor een moord maar gebruikte het niet, want hij bevond zich op dat moment in de armen van de vrouw van zijn beste vriend. En die vrouw had dus een lange zwarte sluier. En bezocht zijn graf voortdurend.
De eerste opname is van de onsterfelijke Lefty Frizzell.
Ik begin nu een beetje beter te begrijpen waarom ik het lied zo goed ken. Er zijn heel erg veel covers van. En ik heb best veel albums waar zo’n cover op staat. Die van Joan Baez niet. Dat is misschien niet de allergekste cover maar wel een heel gekke: ze zingt dat ze als man zijnde in ‘zijn’ graf ligt. Net als Marianne Faithfull trouwens. Dat album, Rich Kid, heb ik ook niet. Wel eentje van The Band waar het opstaat en van The Chieftains (ft, Mick Jagger), Bob Dylan natuurlijk. En Johnny Cash.
Johnny Cash houdt kennelijk wel van dit soort ongerijmdheden. Zo was hij de tweede, die ’25 Minutes to go’ opnam. De eerste was de schrijver: de geniale Shel Silverstein. In dit nummer hangt de zanger aan het eind van het lied aan de galg: ‘and now I’m swinging and here I go’. Ook van dit lied bestaan nogal wat covers. Ook heel beeldend, maar lang niet zo romantisch als ‘El Paso’ en al zeker niet als ‘The Long Black Veil’.
