Midden in Amiens, de hoofdstad van Picardië in Noord Frankrijk, ligt een tuinencomplex van 300 hectare dat doorsneden wordt door 65 km kanalen. Door deze tuin kun je niet lopen, maar moet je varen. Deze zogenaamde ‘drijvende tuinen’ dateren al uit de middeleeuwen, waar door hortillons de moerassige en veenachtige omgeving in gebruik werd genomen en gaandeweg de meest verstandige landschapsarchitectuur ontwikkelden: lange en zeer smalle percelen grond, die alleen per boot bereikbaar zijn. Het water wordt afgevoerd via een netwerk van kleine kanalen, die uitmonden in de Avre en vervolgens in de Somme.
Veel van de percelen vormen een soort volkstuin en hebben een bewoner, die er een schuur of primitief huisje op heeft gezet en vaak zijn perceel heeft vol gezet met Afrikaantjes. Je moet ervan houden. Ook de huidige bezoeker moet per boot, een schouw, door de tuinen heen om de wilgen te bewonderen en
de waterplanten en de oever- en verlandingsplanten, zoals riet, lisdoddes en pijlkruid.
Na een kwartier varen heb je pijn in je rug van de harde houten bankjes, maar je wilt wat zien. Ik houd niet zo van varen, toch vond ik dit wel leuk in zo’n fluisterboot met watervogels om je heen en een gids die van alles uitlegt dat je niet verstaat. En in de verte de toren van de kathedraal die toekijkt of alles goed gaat. Als je in Picardië bent is dit een bezoek zeker waard, ook als je niets moet hebben van tuinen.
———-
De tekening is van de schrijfster.
