Feuilleton

Baksteen 35 De Oldehove in de vorige eeuw

In de Leeuwarder Courant verscheen in de jaren 1983-1985 een serie verhalen over Leeuwarden onder de titel ‘Se (later We) kanne nog meer Bewere!’.

Hier is een korte toelichting op zijn plaats, want niet iedereen zal weten dat in Friesland naast het Fries (en het Nederlands) nog verschillende andere talen gesproken worden waaronder het Liwwadders. Eigenlijk is Liwwadders ook nog maar één van de vormen van het stadsfries. Naast het stadsfries heeft ook de gemeente het Bildt (nu onderdeel van de Waedhoeke) een eigen taal en natuurlijk wordt er in de Stellingwerven nog een Nedersaksische taal gesproken. 

Maar goed, in die serie verhalen vond ik twee keer de Oldehove genoemd, de eerste keer met de nadruk op verhalen die zich afspelen op het platte torendak. Dat dak, ontstaan omdat tijdens de bouw van de toren besloten is om niet verder te bouwen aan de scheef zakkende toren heeft door de eeuwen heen wel extra aandacht nodig gehad. Zo sloeg de bliksem er twee keer in, in 1684 en in 1739. In dat laatste jaar brandde de kap van de toren af en werd door Heerke Louws voorkomen dat de zware balken waarop het dak rustte ook de geest gaven. Het leverde hem een extra beloning van twintig ducatons op van het stadsbestuur.

In 1788 werd er voor 1645 gulden hersteld aan het dak en werd het dansen en vioolspelen op zon- en feestdagen op het platte torendak verboden. Wel was het platte dak nog vele jaren in gebruik voor gewijde muziek op de zeer vroege kerstmorgen.


In de oorlogsjaren was er een Duitse post gevestigd op het dak. De Duitsers deden bij goed weer zonnebadend dienst maar zorgden wel voor een tijdige waarschuwing bij bezoek of controle, door een belletje verbonden aan de veertig meter lager gelegen ingang. Het beklimmen van de trap die bestond uit ongeveer tweehonderd uit Bentheimer zandsteen gehouwen treden gaf de wachters ruim de gelegenheid om er model uit te zien.

Overigens is die trap van Bentheimer steen misschien de oorzaak van de verzakking van de Oldehove. Het gewicht drukt vooral op de hoek van de toren die het meest verzakt is en waar, althans volgens het onderzoek genoemd in het vorige verhaal, geen extra voorziening voor getroffen was.


Gave kloostermoppen

In een ander verhaal wordt vermeld dat er in 1960 nogal wat gebeurde in Leeuwarden, onder meer werd het voormalige Minnemahuis gesloopt waarbij grote oude muren en gewelven werden opgeruimd: ‘Als gouddelvers raapten de slopers tijdens Leeuwarden 600 de gave kloostermoppen van het Minnemahuis, opdat ze later konden worden gebruikt bij de restauratie van de Oldehove’. Want het was weer zover: in november 1966 kreeg de toren landelijke bekendheid omdat er brokken steen op geparkeerde auto’s vielen. Er kwam een hek om de toren en de klokken werden niet meer geluid. In 1972 kon onverwacht van het Rijk een bijdrage gekregen worden in de restauratie die in 1973 plaats vond. In 1975 kon de toren weer worden opengesteld voor het publiek.

———-

De auteur heeft de illustraties verzorgd.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Dik Kruithof

Schrijft vanaf 2010 over museumbezoek in De Leunstoel omdat hij vaak naar musea ging en omdat de hoofdredacteur dat miste in zijn blad. Hij studeerde in Wageningen en werkte in de publiciteit, de sport, de ict en de politiek. Daarnaast was hij lange tijd actief in de schaakwereld, als schaker en bestuurder. Ook zat hij zes jaar in zijn woonplaats Leeuwarden in de gemeenteraad voor de PvdA.