
Van alle plannen om de verzorgingsstaat af te breken die zijn opgenomen in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA, heeft de verhoging van de AOW-leeftijd de meeste aandacht gekregen. De huidige regel is dat met elk jaar dat de verwachte levensduur toeneemt, de leeftijd waarop je recht hebt op AOW met acht maanden stijgt. Volgens het coalitieakkoord zou dat vanaf 2033 een vol jaar worden. Dat zou nodig zijn omdat de AOW anders onbetaalbaar wordt.
Het bezwaar dat hier van alle kanten tegenin werd gebracht is dat het in strijd is met het pensioenakkoord dat in 2019 is gesloten, en waarin die acht maanden is vastgelegd. Het argument tegen deze maatregel is dus in hoge mate formeel, het is in strijd met gemaakte afspraken. Hoe de last die deze maatregel op de bevolking legt zich verhoudt tot andere maatregelen, zoals de inkorting van de WW-duur en het verhogen van het eigen risico in de zorg, komt daarbij niet aan de orde.
Inhoudelijk bezwaar
Toch is er een heel ander en inhoudelijk bezwaar tegen de voorgestelde AOW-maatregel aan te voeren: het is helemaal niet waar dat de AOW onbetaalbaar dreigt te worden. Die angst is gebaseerd op prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) waar onjuiste veronderstellingen aan ten grondslag liggen. In de Volkskrant van 12 februari jl wees prof. Paul de Beer hierop, later bijgevallen in De Groene Amsterdammer door Mirjam de Rijk. Maar verder bleef het stil rond deze controverse.
De crux zit in de verwachte stijging van de AOW uitkeringen. Het CPB verwacht dat de AOW uitkering mee zal stijgen met het gemiddelde loon. Hoewel dat plausibel klinkt, is dat niet de feitelijke gang van zaken tot nu toe. Daarbij moet je onderscheid maken tussen de feitelijk verdiende lonen en de CAO lonen. De AOW uitkering volgt tot nu toe de CAO lonen, en die stijgen minder hard dan het gemiddelde loon. Dat komt omdat de samenstelling van de beroepsbevolking verandert. Stel dat in een jaar de salarissen van zowel fabrieksarbeiders als accountants ongewijzigd blijven. Dan blijft het gemiddelde CAO loon ook ongewijzigd. Maar als er tegelijkertijd meer accountants en minder fabrieksarbeiders komen, stijgt het gemiddelde salaris wel.
De vraag is of dan ook de AOW uitkeringen moeten stijgen. Tot nu toe is dat niet gebeurd, en er is ook geen wet die bepaalt dat dat in de toekomst wel zou moeten gebeuren. Omdat de AOW uitkeringen zijn gebaseerd op de CAO lonen besteden we nu een lager percentage van het BBP aan de AOW dan in de jaren tachtig. Ik denk dat maar weinig Kamerleden en journalisten zich dat realiseren.
Het is geen nieuwe kwestie. Ik heb hem ook beschreven in Sociaal bestek van 8 juli 2011, mede op basis van berekeningen door Marcel van Dam, die toen nog een column in de Volkskrant had. De kwestie is ook relevant voor de ontwikkeling van de armoedegrens.
Bizarre uitgangspunten CPB
Door de bizarre uitgangspunten die het CPB kiest, voorspelt men daar dat het bedrag dat nodig is om de AOW uitkeringen te betalen tot 2040 zal stijgen van 4,7% van het BBP naar 5,7%. De Beer berekent echter dat bij een realistische schatting van de ontwikkeling van de uitkeringen dat laatste percentage moet worden bijgesteld naar 5,3%. Dat is € 4,7 miljard minder. De verhoging van de AOW leeftijd die het kabinet wil levert € 2,8 miljard per jaar op. Die is dus helemaal niet nodig wanneer de ontwikkeling van de AOW uitkering realistisch wordt geraamd.
De vraag is natuurlijk: waarom gebeurt dat dan niet. Ik denk dat het CPB wordt gedomineerd door economen die de hele verzorgingsstaat als een gevaar voor de economie beschouwen, en daarom de kosten ervan graag overdrijven. In De Leunstoel van 30 november 2025 heb ik laten zien hoe de SP door het CPB te gronde is gericht omdat het CPB sprak van een daling van de werkgelegenheid waar het in feite een daling van de arbeidsparticipatie bedoelde.
Opstand tegen CPB
Maar waarom komen al die politici en journalisten niet in opstand tegen het CPB? Ik denk dat men zich te veel laat imponeren. Het CPB behoort tot de instituties van onze samenleving, en wie daaraan tornt loopt het risico beschuldigd te worden van het verbreiden van complottheorieën en desinformatie, of erger nog: van populisme. Er gaan steeds meer stemmen op dat daar tegen moet worden opgetreden. Mensen hebben immers recht op eerlijke en integere informatie. Informatie van instellingen als het CPB wordt daar per definitie toe gerekend.
Wie tegen het CPB ingaat wordt dus al snel beschuldigd desinformatie te verspreiden. Providers staan steeds meer onder druk daar tegen op te treden. Wanneer je het opneemt tegen het CPB loop je dus het risico je internetaccount kwijt te raken, zeker wanneer Europa zijn strijd tegen desinformatie intensiveert.
Toch is het niet Paul de Beer, maar het CPB dat desinformatie verspreidt. Maar niemand durft dat laatste toe te geven. Daarmee dreigt het kabinet ten onder te gaan aan een non-probleem.
———-
De illustratie is van Petra Busstra.
Meer informatie: http://www.petrabusstra.com
