In de tuin

Krokusvakantie

Op 27 februari, in de krokusvakantie, zie ik mijn eerste hommel. Niet te missen. Na maanden van niet-observeerbare insectenvlieguren vliegt daar, groots, een hommelkoningin. Ze is dik ingepakt in haar koninklijke bontmantel. Ze zal het zwaar hebben, zo net uit de winterslaap. Maar het lijkt alsof ze met plezier en een zekere lichtheid rondhommelt.

Nectargevende bloemen zijn nog schaars en bescheiden. Ik zie wat Narcisjes en de prachtige gele Kornoelje is gaan bloeien. De Struikkamperfoelie bloeit ook, met bescheiden witte bloemetjes, waar een waarlijk betoverende geur vanaf komt. Maar daartussen, op de grond, de eerste échte kleur. In de vorm van paarse krokussen (Crocus). Daar werd mijn hommeltje duidelijk het vrolijkst van.

Na de warmste februaridag sinds weet ik wat – ik hou de records niet meer bij – zijn de Krokussen uit de grond geschoten. Krokussen zijn opportunisten. Ze kunnen zich binnen drie dagen ontwikkelen van groene sprietjes tot volledige bloei. Deze zonnige dag heeft hun bloemetjes wagenwijd opengezet. Hun knaloranje stampers schreeuwen om aandacht. Zo vinden hommels en krokussen elkaar elk voorjaar weer. Een millennia-oude repeterende afspraak in hun agenda. Eerste warme voorjaarsdag: you better be there. Want ze zijn er niet lang, die Krokussen. Als ze veel geluk heeft, bloeit een krokus een korte week.

Ik ben eigenlijk niet zo’n krokusfan. Narcisjes en blauwe druifjes, ja! Maar krokussen doen me niet zoveel. Te kwetsbaar. Voor je het weet zijn ze omgevallen of vertrapt. En ik hou ook niet zo van die aanstellerige oranje stampers. Wat niet iedereen weet, is dat er ook herfstkrokussen zijn. En dat die aanstellerige oranje stampers van een bepaalde herfstkrokus (Crocus sativus) de saffraan is die de paella zo lekker maakt. Maar dat terzijde. Ik hou gewoon niet zo van oranje.

Al fietsend door een veel te groot gegroeid Veluws dorp, zie ik in de berm een eindeloze stroom bonte krokussen. Alle kleuren door elkaar. Paars, wit en geel. Wel honderd meter. Deze gemeente heeft hiervoor duidelijk in de buidel getast. Maar ik vind het helemaal niks. Komt door dat geel. Te circusachtig. Wat niet helpt, is dat ik al een tijdje langs Veluwse voortuinen fiets. Symmetrische heggen van taxus en beuk. Strak elektrisch gesnoeid. Waarschijnlijk elke week. Op de Veluwe hoor je altijd ergens een heggenschaar of bladblazer razen. Behalve op zondag natuurlijk. De tuinen moeten worden ontdaan van elke uitstekende spriet, en ronddwarrelende blaadjes zijn een doodzonde. Struiken worden meedogenloos gesnoeid in vormen, die ze zelf nooit zouden aannemen. Daartussen zwarte aarde en strak gras. De kunstmatigheid grijpt me naar de keel. Ik voel een droevige empathie voor de geschoren struiken. De overdreven bonte kleur van het krokustapijt maakt het alleen maar triester.

Snel sla ik af naar het bos, waar blad wel mag blijven liggen en beuken kunnen uitgroeien tot de woudreuzen die ze horen te zijn. Voor de bosrand zie ik opnieuw een aangelegd veldje met krokussen. Nu geen geel, maar alleen tinten paars. Van bijna wit tot diep donker. En sommige hebben streepjes.  Ik word overspoelt door een intense herinnering. Voor mijn ouderlijk huis groeiden ook krokussen in het gras.  Als kind werd ik er een beetje treurig van. Vaak speelden er honden en dan lag het veld vol met geknakte, stervende bloemetjes. Op een dag viel me op dat sommige gestreept waren. Hoe mooi. Als marmer. Die krokusstreepjes, daar heb ik heel lang naar gekeken. Hoe de kleur vanuit de diepdonkere bodem naar boven leek te stromen. Al die verschillende kleuren wit en paars door elkaar. De variaties waren eindeloos. Opnieuw voel ik hoe graag ik al die kleuren wilde verzamelen, sparen en bewaren.

Misschien dat ik door die krokussen voor het eerst voelde hoe ongrijpbaar en mooi al die variatie is. Elk plantje een individu. Als je maar goed kijkt.

Ik besluit dat de dappere bloemetjes meer aandacht verdienen en zet mijn fiets tegen een geduldige eik. Op mijn knieën bekijk ik, zoveel decennia later, voor het eerst weer de krokussen met volle aandacht. Zo ontdek ik meerdere hommelkoninginnen, stil en rustend, vastgeklemd aan hun lentemaatje. Teer als ze zijn liggen hier en daar al afgebroken bloemetjes. Hun leven was kort, maar niet voor niets. De hommels hebben ze gekust. Ik ben blij dat ik ze deze dag beide ontmoet heb en maak een mentale notitie om in de herfst krokussen te planten. Witte, paarse en zeker ook met streepjes.

———-

De tekening én de foto’s zijn van de auteur.
Meer informatie: marciamt72@gmail.com

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>