De Sarphatistraat vormt de verbinding tussen het zuidelijk deel van de grachtengordel en de oostelijke eilanden en ligt op de plaats van de tussen 1820 en 1840 afgebroken stadswallen. Het deel tussen Haarlemmerplein en Leidseplein heet Marnixstraat en het deel tussen Leidseplein en Frederiksplein heet Weterinschans, het deel tussen Frederiksplein en Oostenburgergracht is vernoemd naar de arts Samuel Sarphati (1813-1866) en heet Sarphatistraat.
Deze arts heeft veel betekend voor Amsterdam. We danken aan hem het Paleis voor Volksvlijt, helaas afgebrand, en het Amstelhotel en de stadsuitbreiding met allure daaromheen. En een industriële broodbakkerij en de gemeentelijke vuilophaaldienst, die het vuil inzamelde voor verkoop aan de veenkoloniën.
Over de Sarphatistraat reed de eerste tram in Amsterdam in 1875. Het is wel een lange straat, maar geen mooie straat qua bebouwing. Wel is hij prettig breed en zodoende rijden er nog steeds trams overheen. De straat passeert de Hoge Sluis met rechts het Amstelhotel, de ’s Gravesandestraat, de Muiderpoort en de Nieuwe Vaart. Onderweg kun je naar Artis, het Tropenmuseum en het Oosterpark. Niet slecht.
Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)