Deze zomer is de laatste van een voorbije tijd Wie weet welke toekomst ons na de zomer wacht De voortekenen ogen vooralsnog verdacht Waar het gaat om vrede en verdraagzaamheid
We zien alom verschuiving van de macht
Rancune wordt de basis van beleid De rede raakt in de vergetelheid De kip met gouden eieren wordt geslacht
Deze zomer is de laatste van een voorbije tijd
Alles van waarde wordt verkracht Optimisme verkeert in jammerklacht Een wolk schoof voor de zon. Ons wacht de nacht.
Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.