De wereldliteratuur roept

Zijn dit echt ingezonden brieven?

Het Engelse weekblad The Spectator bracht kortgeleden een bloemlezing uit met ‘Wit, Humor & Mischief’ (redactie: Marcus Berkmann). Daar had ik hoge verwachtingen van, maar het viel tegen. Veel grapjasserij blijkt niet bestand tegen de tand des tijds. Soms is dat zozeer het geval dat het historisch interessant wordt. Zo werd op 31 januari 1998 de volgende vraag voorgelegd aan ‘Dear Mary’, een soort ‘agony aunt’.

‘Hoe kan ik in contact blijven met oude vrienden, die ik graag mag, zonder bij ze op bezoek te hoeven gaan?’. Het antwoord was toen: ‘Rijdt erlangs, op een motor of in een auto met open dak, en roep heel hard: Goede morgen Susan of Goede morgen John en Harriet’.
Hoe leuk dat toentertijd was weet ik eigenlijk niet, maar in ieder geval heeft de tijd het hele probleem de wereld uit geholpen. We hebben nu immers Facebook!
Zou er echt iemand geweest zijn die deze vraag aan ‘Dear Mary’ heeft voorgelegd? De verleiding moet groot zijn, vooral als de spoeling dun is, zelf maar iets te verzinnen. Die vraag komt ook een keer voorbij in het boek en wordt vanwege de redactie met klem ontkennend beantwoord.

Ook gewone ingezonden brievenrubrieken van Engelse kranten en tijdschriften zijn vaak zo grappig dat ze wantrouwen opwekken. Bedenkt de redactie niet af en toe zelf een brief? In Trouw van 20 januari 2017 behandelt Willem Pekelder een voorbeeld. In de Daily Telegraph van 8 januari daaraan voorafgaand had ene David Williams omstandig uit de doeken gedaan dat hij iedere avond om 19.30 uur een vreselijke niesbui krijgt. Hij vroeg om goede raad. Pekelder deed pogingen meer over deze persoon te weten te komen. Uiteindelijk kreeg hij via de redactie van de Daily Telegraph een telefoonnummer, maar daar werd niet opgenomen en ook niet gereageerd op het verzoek terug te bellen.

Het kost niet veel moeite je voor te stellen dat hier een spelletje werd gespeeld. Op de redactie van de Telegraph zal die vraag uit Nederland waarschijnlijk tot grote hilariteit hebben geleid. ‘Weet je nog die nepbrief die jij in elkaar hebt gesleuteld? Daar is een vraag over binnengekomen van een Nederlandse journalist! Wat we eraan gaan doen? Nou, ik dacht hem jouw telefoonnummer maar te geven. Heb je nog een toestel dat je bijna niet meer gebruikt? Dan geef ik dat nummer wel door!’

—-
Het plaatje is van Henk Klaren

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Frits Hoorweg

Frits Hoorweg is in 1947 in Rotterdam geboren, woont in Den Haag, is gehuwd en heeft twee volwassen zoons. Schrijven is voor hem vooral aanleiding om herinneringen op te halen en zijn fantasie de vrije loop te laten.  Zijn levensloop laat zich daardoor met behulp van het Leunstoelarchief reconstrueren. Zo valt daaruit te leren dat hij afstamt van een dynastie van Rotterdamse huisjesmelkers. Dat hij in Wageningen studeerde en probeerde het mysterie van de vrouw te ontwarren. Hij beweerde ooit in een van zijn stukjes dat zijn vader in 1940 vocht aan de Grebbelinie. Een bewering die sindsdien werd aangevochten door iemand die van mening is dat de betreffende Hoorweg haar vader was. Hij was ooit ambtenaar en beziet wellicht daarom alle pogingen nieuw beleid te bedenken met groot wantrouwen.