In de polder

Wat de VVD kan leren van haar nederlaag

Binnen de lokale VVD-afdeling was paniek ontstaan door de recente verkiezingsuitslag. Een verlies van meer dan vijftig procent van de stemmen: van zeven zetels naar drie. Er is een commissie opgetuigd om de oorzaak van dit debacle te onderzoeken. Terecht. Ik herinner mij nog dat de Haagse gemeenteraadsfractie van de VVD in het verre verleden de grootste fractie vormde, zelfs in Nederland. Maar ik heb geen behoefte die hele historische teloorgang te bekijken, die van de laatste vier jaar is al genoeg.
Laat ik beginnen met een observatie. In de afgelopen jaren dat de VVD in de Haagse Gemeenteraad in de oppositie zat heeft men weinig inspirerend gedrag vertoond. Ik kan mij bijvoorbeeld geen initiatiefvoorstellen herinneren die veel indruk op mij hebben gemaakt. Behalve natuurlijk Haagse Lanen, maar dat kreeg weinig steun van de fractie toen het eenmaal was aangenomen door vrijwel de hele Raad. Uit ervaring weet ik dat je in de oppositie niet alleen moet duidelijk maken wat er verkeerd is aan het beleid van het zittende College, maar je zelf ook in de kijker moet spelen met positieve initiatieven.
Speelde de partij dus de afgelopen jaren geen opvallende rol, tijdens de verkiezingen wist men weinig meer op te brengen dan de slogan: ‘Doen wat werkt. Voor Den Haag.’ Wat moet je daarmee als kiezer? Terwijl daar tegenover een massale propagandamachine stond van Richard de Mos. Ik kom daar op terug.

Het Yesilgöz-effect

Vervolgens het Yesilgöz effect. Ik spreek nogal eens VVD’ers die haar niet graag mogen, en nu druk ik mij beschaafd uit. Niet erg betrouwbaar en te veel gericht op het partij- en te weinig op het landsbelang. Stel daar tegenover de waardering voor de positieve presentatie van Rob Jetten. D66, zijn partij, heeft daarvan geprofiteerd en is de tweede partij in de Haagse Raad geworden.
Als voormalig lid van de VVD herinner ik het positieve, soms zelfs blijmoedige of jolige karakter van die partij. Maar sinds enige tijd, onder Yesilgöz, is er iets agressiefs, bijna verbetenheid, in de cultuur van die partij gekropen. Althans dat is mijn persoonlijke observatie. Ik denk dat het iets te maken heeft met de krampachtige pogingen Wilders te verslaan. De rechtse factie in de partij, die zich Klassiek Liberaal noemt, heeft kennelijk veel invloed en dat wordt door de echte liberale leden weinig gewaardeerd. Ik wil niet zeggen dat de Haagse VVD fractie daaronder lijdt, maar die was kennelijk niet sterk genoeg om het negatieve Yesilgöz effect bij de gemeenteraadsverkiezingen te weerstaan.
Nu de vraag naar de leegloop van de VVD in Den Haag. Uit de verkiezingsuitslagen per wijk blijkt dat veel VVD-stemmers zijn overgelopen naar Hart voor den Haag, Richard de Mos. Bijvoorbeeld in het Benoordenhout en de Vruchtenbuurt, voorheen traditionele VVD wijken, hebben veel VVD-stemmers voor De Mos gekozen. Ik neem aan door een aantal concrete punten, zoals rond het Haga Ziekenhuis, verkeer en parkeren. En, naar ik vrees, ook de asielzoekers problematiek, die door de Mos dik is aangezet. Maar dat is niet de enige reden.

Methode De Mos

Het lijkt mij voor de hand te liggen dat de methode De Mos voor een groot deel debet is aan zijn winst. Hijzelf noemt het ‘ombudsmanpolitiek’. Daarmee bedoelt hij waarschijnlijk dat een burger in problemen met de gemeentelijke overheid (bureaucratie of politiek) bij hem terecht kan voor hulp. Anderen noemen het clientelisme, wat iets anders betekent. Het is goed om dat onderscheid te benoemen. Een ombudsman/vrouw wordt geacht onafhankelijk te zijn, zonder eigenbelang. Cliëntelisme heeft met eigenbelang te maken, voor wat hoort wat. Een gekozen volksvertegenwoordiger die diensten verricht voor stemmen of geld. Dit is in strijd met de eed van de volksvertegenwoordiger dat hij opereert zonder last. En dus strafbaar.
Wat ik met de methode De Mos bedoel is dat hij mensen die zijn hulp vragen probeert te helpen. Nu is dit riskant gedrag. Men kan al snel van vriendjespolitiek worden beschuldigd. De Mos heeft daar bittere ervaringen mee. Maar de rechter heeft hem vrijgesproken van dit soort corruptie. Het zal ongetwijfeld een les zijn voor hem en anderen. Ritselaars horen niet thuis bij de overheid.
Dit soort ombudspolitiek kan ook anders worden benoemd. Bijvoorbeeld: een luisterend oor, dicht bij de burger, verbindend. Het zijn termen die tegenwoordig door alle politieke partijen worden gebruikt. Alle politieke partijen zijn zich ervan bewust dat het populisme in de politiek is toegenomen omdat veel mensen zeggen het vertrouwen in de overheid te zijn verloren. De afstand tussen overheid en burger is inderdaad groter geworden. Iedereen kent het probleem nooit meer iemand aan de telefoon te krijgen of inspraak bij projecten die in feite schijnvertoningen zijn. Op het stadhuis, bij de politie, bij de dokter. Ik laat het hier even bij, er zijn rapporten over volgeschreven.
Het is begrijpelijk dat dit soort problemen (tegenwoordig: uitdagingen) gemakkelijker te tackelen zijn op gemeente- dan op landelijk niveau. Toch hebben vele politieke partijen en politici dat niet door, of ze gedragen zich er niet naar. Misschien komt het door het grote aantal academici in gemeenteraden, of door de toenemende macht van ambtenaren bij de besluitvorming. Dat laatste verdient extra aandacht en heeft ook te maken met zwakke bestuurders. Hoe het ook zij: Richard de Mos heeft dat door. En mensen geloven hem. Bij de verkiezingen heeft hij paginagrote advertenties geplaatst waarin talloze concrete plannen staan. Of hij ze ook nakomt valt te bezien. Het is een risicovolle methode waarop je later kunt worden afgerekend. Mensen weten dat ook, maar accepteren het kennelijk. Hij heeft zich met een groep getrouwen al maandenlang overal in de stad vertoond en niet alleen in de verkiezingscampagne. Hij was aanraakbaar, een van hen.

De Kloof

Ik heb het al eerder geschreven. De kloof tussen gestudeerde en geschoolde kiezers zou wel eens een rol kunnen spelen. Academici en praktisch geschoolden die elkaar niet meer herkennen, terwijl ze elkaar hard nodig hebben. Ik denk dat Richard de Mos meer dan politici uit andere (ook linkse) partijen de praktisch geschoolden aanspreekt. Dat hij een van hen is.
De fractie van de VVD (de Volkspartij) zou er goed aandoen in de komende vier jaar eens minder binnenshuis dan buitenshuis te verblijven. Ik herinner mij uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw het raadslid Aat Blokpoel, altijd op pad in allerlei wijken, iedereen kende haar. Zij beloofde van alles wat niet altijd gelukte, maar uit een goed hart. Een gewoon mens tussen gewone mensen, betrokken, geloofwaardig, altijd het algemeen belang van de stad afwegend tegen privébelangen. Niet gericht op de volgende verkiezingen. Dat is de richting.
Lijkt mij.

———-

De illustratie is van Petra Busstra.
Meer informatie: http://www.petrabusstra.com

Zie ook de website van Theo: www.monkhorst-verhalen.nl

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Theo Monkhorst

Theo Monkhorst is schrijver, hij publiceerde 11 romans, vijf bundels gedichten en vier toneelteksten. Voorheen was hij columnist van de Haagse Courant, politiek adviseur en lid van de Haagse Gemeenteraad.