Uit het leven zelf

Waar is mijn bul?

Eens in de zoveel tijd schrik ik wakker uit een angstdroom: ik ben nooit afgestudeerd. Ik ben niet de enige die hierdoor geplaagd word, ik heb lotgenoten. Waar komt die plaaggeest vandaan? Ik heb keurig eindexamen gedaan, ben afgestudeerd en heb zelfs een doctorsbul gehaald. Niets aan de hand dus, zou je denken.

De eerste keer dat het me overkwam had ik net het verhaal gelezen van die medicijnenstudent, die helemaal niet studeerde, maar dat zijn ouders niet durfde bekennen. Toen het moment van zijn doctoraalexamen naderde, wist hij niets anders te doen dan zelfmoord plegen. Wat een tragisch verhaal. Was ik daar bang voor? Maar ik denk niet dat ik het zover had laten komen. En het is ook helemaal niet nodig want er zijn wel meer mensen die het beroep van arts en zelfs chirurg (!) uitoefenden zonder enig papiertje. Een kwestie van bluf.

Bij de voormalig NOS-journaal verslaggever Charles Schwietert lukte dat overigens niet. Die moest in 1982 na vijf dagen aftreden als VVD-staatssecretaris van Defensie, omdat was gebleken dat hij had gelogen over zijn militaire rang en doctorandustitel (geen). Dom, dom, dom. Aan de Hawthorne University had hij ook al nep-bullen gebruikt om aan te tonen dat hij doctorandus in de sociologie en politicologie zou zijn.

Zo’n titel was begerenswaardig, want gaf status en toekomstmogelijkheden. Nu hoor je nog zelden dat iemand fabuleert over zijn afstudeerbul. Iedereen studeert, dus daar is het patina wel van af. Het heeft geen status meer en op je toekomstmogelijkheden heeft het nauwelijks invloed. Je bent beter af met een MBO-diploma.

———-
Het plaatje is van de schrijfster
Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)