De verbazing

Vriendelijk wroetende bosbewoners

Nu lees ik opeens in de krant dat ze in Ermelo zo’n ‘last’ hebben van wilde zwijnen. En er moeten meteen drastische maatregelen genomen worden; die overlastige beesten moeten afgeschoten worden. Een zoveelste bewijs van de ambivalente houding in Nederland tegenover ‘de natuur’.



Nederland is één groot park – alleen de zee kun je echt tot ‘de natuur’ rekenen – maar van dat park mag geen snippertje af om een nuttige functie te gaan vervullen, tenzij dat snippertje er elders weer aangeplakt wordt. Elk hobbelig stukje ruigte is waardevol, elke vogel dient beschermd te worden, eventueel ten koste van de vossen en elke autoweg dient ondertunneld om de dassen vrije doorgang te verlenen. Welke dassen? Oh wee, als er ergens een korenwolfje gevonden wordt. Dan gaan de bouwplannen voor jaren de ijskast in.



Maar nu zijn er dus ook klachten over ‘de natuur’. Die hooggeprezen en tot in het absurde beschermde omgeving levert hinder op. Buren ruziën over elkaars bomen, die overhangen, c.q. gekapt moeten worden. Anderen bombarderen het stadsbestuur met klachten over de ganzen, die zo luid gakken en de eenden die zo luid kwaken en zo’n prachtige zwerm spreeuwen wordt aangeduid als ‘spreeuwenplaag’. En ook die dieren moeten voor het vuurpeloton, terwijl topkoks ons ondertussen leren hoe we gans klaar kunnen maken. Mollen zijn altijd al vogelvrije geweest, net als allerlei knaagdieren, maar nu zijn het opeens de wilde zwijnen op de Veluwe.



Mijn ex heeft in de buurt van Ermelo een huisje en ik herinner mij dat we daar urenlange wandelingen maakten in het schemerduister om een glimp op te kunnen vangen van deze vriendelijk wroetende bosbewoners, maar nu hij niet meer naar ze hoeft te zoeken en ze gewoon bij hem langs komen, klaagt ook hij dat ze zijn grasveld omwoelen en zijn wallen ondergraven en ’s nachts het tuinmeubilair omver lopen.



Het is nooit goed of het deugt niet.

 

**************************

Kijk eens op www.meermanno.nl

Series Navigationvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)