De poëtische wereld

Vorst en Vaderland

Een oude man op een balkon zei: ‘Goedenavond’

‘Zo ‘ne goeie hebben wij nog nooit gehad’,

zong daarop de hele wereld en de stad.

En dat men hem een toffe kerkpapa vond.



Een tijdje later ook op de TV

Het interview met vorst en koningin

Gesprek over zijn rol en het gezin

En inderdaad, hij viel reusachtig mee.



Hij sprak heel rustig en met vaste stem

Betoonde zich nu eens een keer niet dom

En kijk, zijn pink, daar zat een pleister om

En heel het volk stond daarna achter hem



Eenvoudig laat de massa zich graag binden

Door mannen die hen om hun pinken winden.

 

*************************


De tekening is van Elène Klaren

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.