
Toch behoor ik ook zelf tot de mensen die dan maar ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Ik hoef echter geen vakantiedagen op te nemen of inkomen in te leveren om mij enige weken vrij te kopen. Mijn pensioenfonds, het ABP, heeft dat goed begrepen. Die verdelen mijn pensioen in twaalf gelijke maandelijkse porties, zodat het elke maand evenveel is. Niks vakantiegeld of dertiende maand. Ik hoef ook geen vakantiekaart te laten paraferen door mijn chef, of hoe dat tegenwoordig gaat in het digitale tijdperk. Weg zijn ook de verplichte brugdagen (zoals tussen Hemelvaart en het weekend) of gemor, omdat Kerst en Nieuwjaar in het weekend vallen. Dat gemor hoor ik wel van mijn kinderen, die nog lang het vrije bestaan van de gepensioneerde niet hebben bereikt.
Op een mooie zonnige maar niet te hete dag ben ik erheen geweest. Tevoren moest je online een tijd reserveren, want op drukke dagen moet het aantal bezoekers gelimiteerd worden.
Zoals bijna alles buiten de Britse steden was St. Michaels Mount alleen goed te bezoeken met een auto. De parkeerterreinen op het strand waren al tevoren volgeboekt, want veel bezoekers komen niet voor het eiland maar voor het mooie strand. Gelukkig was er nog wel plaats in de overloop parkeerterreinen, ook niet goedkoop. Rugtas om met leeftocht, petje op, en eerst eens een flinke wandeling naar het begin van de dam. Gelukkig was ik op een tijd dat het eb was. Ooit was ik er op een drukke dag en iedereen moest met de bootjes, dat vergde geduld. Al is die dam, gelegd met grote keien die niet overal mooi zijn afgeplat, niet gemakkelijk om overheen te lopen. Met goede wandelschoenen gaat het wel, maar ik zag ook mensen op slippers en slappe schoenen. Op het eiland was het behoorlijk druk. Ik koos ervoor eerst het kasteel te bezoeken en dat betekende een pittige klim over de toegangsweg, omringd door een menigte. Ik gaf mijn oren de kost. Veel Nederlands en Vlaams, veel Duits, Frans, Italiaans, Spaans, en soms iemand die Engels bleek te spreken. Wie naar Cornwall komt, moet nu eenmaal St. Michaels Mount bezoeken, en uiteraard ook het havenstadje St. Ives en het nutteloze puntje van het Britse eiland, Land’s End. Schouder aan schouder op weg naar de kasteelingang, waar de bezoekers mondjesmaat konden worden toegelaten, na ongemakkelijk in een rij op een ongelijke trap omhoog te hebben gestaan, in verband met de krappe ruimten in het begin van de tocht door het kasteel. Je moet er wat moeite voor doen, maar het is een bezoek waard. Op de terrassen van het kasteel heb je mooi uitzicht op zee en de kust.
Na het kasteel bezocht te hebben, moest ik eerst weer omlaag. Viel niet mee, ik begin me een oudere te voelen en besloot ter plekke dat het helaas de laatste keer was dat ik deze plek bezocht.
