De poëtische wereld

(Uit)einde van het land *

Het uiteinde van het land
Waar zee en land elkaar ontmoeten,
Waar vissersvrouwen netten boetten
En schuiten lagen op het strand.

De kust, een lange strook van zand,
Het zeezicht wijds, de horizon,
Oneindig water, wind en zon
In ongerept en groots verband.

Nu staan er molens aan de kim
En huisjes langs de duinenrij.
In de consumptiemaatschappij
Is rust voortaan een hersenschim.

Het volk wil bier en blote billen,
Lekker loungen, lekker chillen.


Het plaatje is van Henk Klaren

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.