Nog even de Rijn, dan houd ik er voorlopig over op. ‘Ik geloof trouwens dat de Rijn overdreven wordt’, laat Elsschot Boorman zeggen in ‘Het Been’. Daarmee zijn mijn gevoelens aardig verwoord en dan te bedenken dat Boorman sprak over plekken in Duitsland waar de rivier echt iets voorstelt.



Bij Hoge Rijndijk is daarvan geen sprake, althans niet meer, ooit is dat wel anders geweest. Volgens de overlevering heeft hier een plaatsje gelegen dat Zwieten werd genoemd. Waarschijnlijk is het rond 1200 door een stormvloed van de kaart verdwenen. Volgens Riemer Reinsma * herinnert alleen de familienaam Van Zwieten er nog aan. Op het piepkleine begraafplaatsje achter de katholieke kerk zocht ik echter tevergeefs naar stenen met die naam erop.



Iets verder naar het oosten wordt de (zuidelijke) Rijnoever opgefleurd door een meubelboulevard. Net daar voor passeer je een watertje dat waarschijnlijk het restant is van wat eens ‘De Zwiete’ was. ‘Zwiet’ is Fries voor zoet en uit deze benaming zijn dus twee dingen af te leiden. Eén: er werd hier Fries gesproken in die tijd, en twee: het water in het riviertje onderscheidde zich blijkbaar doordat het zoet was en niet zout of brak.



Op een druilerige maandagmorgen oogt zo’n meubelboulevard een beetje troosteloos. De gebouwen zijn meer functioneel (mag ik hopen) dan decoratief. De naam Rijneke-boulevard, die vast onderdeel is geweest van een algehele facelift, kan niet verhelen dat het een centrum op leeftijd is. Lang niet alle zaken zijn geopend en de parkeerplaatsen bijgevolg vrijwel leeg, op een paar vrachtwagens na. Nee, deze maandagmorgen is geen hoogtepunt in het bestaan van deze boulevard. Maar ja, wat maakt het uit? Als je er maar goede spullen kunt kopen, liefst voor weinig geld.



‘Landinwaarts’ ligt een verzameling gebouwen van de firma Heineken. In iets dat oogt als een enorme silo wordt waarschijnlijk bier gebrouwen. De geur die er hangt lijkt deze indruk te bevestigen. Wat er over is van De Zwiete slingert zich door het terrein van Heineken. Op de kaart is te zien dat hij verderop de Weipoortsche Vliet gaat heten. Die omgeving ken ik wel zo’n beetje, van vroeger toen ik nog in Zoetermeer woonde en het een ideale bestemming voor de vrije zondagmiddag was. Ineens krijg ik enorme zin daarheen te gaan en de Rijn de Rijn te laten.



Ik keer op mijn schreden terug en ga linksaf, langs de ingang van het Heineken-terrein. Via een fietstunneltje is het daar mogelijk onder de N-11 en de spoorlijn door te gaan en naar de langgerekte buurtschap Weipoort te lopen. De tunnel blijkt een soort graffitivrijplaats te zijn. Ik wist van het bestaan van dergelijke vrijplaatsen niet af en vraag mij af wie ze bedacht heeft (jeugdwerker, stedenbouwkundige, landschapsadviseur, tunnelbouwer?). In ieder geval moet het iemand zijn geweest met tunnelvisie. Uit de invulling die er aan gegeven is (zie foto’s) blijkt dat er van toezicht waarschijnlijk geen sprake is en dan wordt iedere tunnel een vrijplaats.



* Riemer Reinsma, Namen op de kaart, Uitgeverij Atlas 2009

 

******************************

De foto’s zijn gemaakt door de schrijver

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Frits Hoorweg

Frits Hoorweg is in 1947 in Rotterdam geboren, woont in Den Haag, is gehuwd en heeft twee volwassen zoons. Schrijven is voor hem vooral aanleiding om herinneringen op te halen en zijn fantasie de vrije loop te laten.  Zijn levensloop laat zich daardoor met behulp van het Leunstoelarchief reconstrueren. Zo valt daaruit te leren dat hij afstamt van een dynastie van Rotterdamse huisjesmelkers. Dat hij in Wageningen studeerde en probeerde het mysterie van de vrouw te ontwarren. Hij beweerde ooit in een van zijn stukjes dat zijn vader in 1940 vocht aan de Grebbelinie. Een bewering die sindsdien werd aangevochten door iemand die van mening is dat de betreffende Hoorweg haar vader was. Hij was ooit ambtenaar en beziet wellicht daarom alle pogingen nieuw beleid te bedenken met groot wantrouwen.