Amsterdam werelddorp

Tegelijk klein en groot, kan dat?

Lijstjes doen het altijd goed: mensen zien graag wie de winnaars zijn en wie de verliezers. Tijdschriften als Elsevier en Quote bijvoorbeeld doen hier ook hun voordeel mee; de edities met respectievelijk ‘de beste scholen’ en de Quote 500 verkopen zo prima. Ook voor steden worden vele lijstjes bijgehouden om te kijken wie het goed doet en wie minder. In zo’n rangorde wordt de aantrekkelijkheid weergegeven voor internationale bedrijven om zich ter plaatse te vestigen. Ook kan het een graadmeter zijn voor de magneetfunctie van steden op (internationaal) talent op de arbeidsmarkt.



Amsterdam doet het in de lijstjes van Europese topsteden opmerkelijk goed voor het werelddorp dat het is. Wat al die lijstjes gemeen hebben is een sterke top (Londen, Parijs en Frankfurt) met eronder een grote groep steden die dicht bij elkaar zitten, zoals Barcelona, Brussel, Berlijn, Madrid en ook Amsterdam. Van deze groep scoort Amsterdam ondanks het feit dat het een maatje kleiner is dan de concurrenten tot nu toe vaak als beste, maar die positie wordt bedreigd door de andere steden. Deze groep steden concurreert met elkaar om bedrijven, werknemers en toeristen aan te trekken. Het is dus hard werken voor Amsterdam om overeind te blijven!



Verschillende bedrijven en organisaties stellen de lijstjes op, ieder met hun eigen insteek. Een paar voorbeelden hiervan laten zien waar het om draait. Zo rangschikt Buck Consultants de Europese steden op het aantal nieuwe buitenlandse ondernemingen en het aantal werknemers daar. Makelaar Cushman and Wakefield bevraagt vijfhonderd grote multinationals naar hun waardering van het internationaal vestigingsklimaat. En het bedrijf Mercer kijkt naar de algemene ‘kwaliteit van leven’. Bij elkaar genomen leveren de lijstjes een mooi beeld op van de steden die ‘hot and happening’ zijn en de steden die het met minder moeten doen.



Hoe houdt Amsterdam het hoofd boven water in deze concurrentiestrijd? Hoe wordt dit werelddorp nóg aantrekkelijker? Amsterdam is qua omvang een dorp in vergelijking met miljoenensteden als Barcelona en Berlijn. Maar dat dorp met minder dan één miljoen inwoners staat er maar wel mooi tussen! Het opmerkelijke aan Amsterdam is juist dat de kleinschaligheid bijdraagt aan de hoge positie. Amsterdam is leuk, gezellig, bijna knus, maar heeft toch ook de grandeur van een internationale stad. De internationale bezoekers en bedrijven roemen het fietsen over de grachten en de kleine winkeltjes, maar ook de topkwaliteit van het Concertgebouworkest en het feit dat iedereen Engels spreekt. Het gaat er dus om dat Amsterdam een balans vindt tussen het wereldse en het dorpse en dat is een voortdurende strijd!



Een voorbeeld hiervan is het ontbreken van ‘echte wolkenkrabbers’ in de stad. Voor menigeen zijn die toch hét toonbeeld van vooruitgang en succes. Zodra er in Amsterdam echter plannen zijn voor hoogbouw komt een sterke lobby op gang om het oude stadsgezicht te beschermen. Voorstanders van vernieuwing zien dit als een rem op de ontwikkeling, maar die monumentenbeschermers zorgen er wel voor dat de stad de eigenheid behoudt. Evenzo hebben de activisten in de jaren ’70 en ’80 de stad behoed voor enorme snelwegen dwars door het centrum heen.



Een ander voorbeeld is de continue strijd tussen een bruisend uitgaansleven en een leefbare stad om te wonen. Want ook dat is één van de aantrekkelijke punten van dit werelddorp: vanuit je woning is alles zo te bereiken. Waar je in Londen drie kwartier in de metro zit, fiets je hier in tien minuten van huis naar kroeg, club of theater. Maar die nabijheid betekent ook dat een uitgaansleven tot diep in de nacht een aanslag is op de leefbaarheid voor bewoners.



De hoge positie van Amsterdam in de lijstjes geeft genoeg aanleiding om trots te zijn. Tegelijk is er ook de noodzaak om te zorgen dat de stad het goed blijft doen. Als het werelddorp Amsterdam bovenin wil blijven meedraaien, zal het slim en uitgekiend moeten werken aan het behouden of zelfs verhogen van de aantrekkelijkheid. Maatregelen om een wereldse stijl te versterken moeten plaatsvinden zonder het dorpse karakter al te zeer aan te tasten. De gemeente speelt hier een belangrijke rol bij. Zo kan een streng terrassenbeleid moeilijk gezien worden als ‘grootstedelijk’, maar draagt de ontwikkeling van de Zuidas als hoogwaardig zaken-, wonen- en uitgaansdistrict juist wel bij aan de aantrekkelijkheid.

 

*******************************


Over advieswerk wordt gepubliceerd op:

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Sebastiaan Capel

(De foto is gemaakt door Johannes Abeling)Sebastiaan Capel (1975) is een geboren Amsterdammer en op de middelbare schooltijd na heeft hij altijd in de stad gewoond, gewerkt en geleefd. Niet voor niks dat hij de column "Amsterdam Werelddorp" schrijft voor De Leunstoel waarin hij Amsterdam beschouwt. Fietstochtjes door de stad leveren veel stof op voor zijn columns en brengen hem op plekken die hij nog niet kende. De rode draad in zijn columns en werk is het begrip "stedelijkheid". Tijdens zijn studie sociale geografie leverde dat woord een rode kring eromheen op van de docent met de opmerking "definitie?!", maar het dekt goed de lading van wat Sebastiaan zoekt in de stad. Zijn binding met Amsterdam klinkt ook door in zijn carriere; van ambtenaar op het Stadhuis tot accountmanager bij een regionale ondernemersvereniging tot zelfstandig adviseur voor communicatie en beleid. Naast het schrijven voor De Leunstoel probeert Sebastiaan zijn observaties en ideeën voor Amsterdam ook te verwerken in zijn werk als gemeenteraadslid voor D66. Net als met zijn columns lukt dat de ene keer beter dan de andere keer....