Bij ons in de straat

Stedelijke ontwikkeling Leeuwarden *

Leeuwarden is omstreeks 1500 de hoofdstad van Friesland geworden. Voor die tijd was Leeuwarden een open stad zonder verdedigingswerken. In de vijftiende eeuw ontstond er een strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers. De strijd was aanleiding om Leeuwarden te versterken met bolwerken en stadsgrachten. De Hertog van Saksen die door de Schieringers te hulp was geroepen koos uiteindelijk voor Leeuwarden als hoofdstad. Vanaf die tijd werd Leeuwarden een versterkte stad met een singelgracht, wallen en dwingers.

In 1863 wordt het nieuwe station feestelijk geopend aan de zuidrand van de versterkte stad. Stadsarchitect Thomas Romein beseft dat goede verbindingen van levensbelang zijn en presenteert een plan voor een open stad waarbij hij voorstelt om Leeuwarden uit te breiden in zuidelijke richting, waarbij ook een waterverbinding in rechte lijn van het westen naar het oosten wordt gelegd Ruim honderd jaar later wordt het kanaal tussen Groningen en Lemmer aangelegd met bij Leeuwarden een aftakking naar Harlingen. Dat komt ruim ten zuiden van de stad.

Romein in 1863:  Het gebied zal worden ingericht ‘naar de eischen welke de tegenwoordige tijd met betrekking tot licht, lucht, gemak, zindelijkheid en veiligheid voor de bewoners van eene betrekkelijk volkrijke gemeente als Leeuwarden stelt.’

Open stad

Zo’n 150 jaar later, in november 1995, presenteert het stadsbestuur een nieuwe structuurschets gemeente Leeuwaren onder de titel: Leeuwarden, open stad.

In de 150 jaar ertussen was Leeuwarden aanmerkelijk gegroeid maar vooral veel ruimer geworden. Om de oude binnenstad is een schil van nieuwe woonwijken gebouwd met in de buurt van het station ook veel ruimte voor bedrijven, ruimte die later vooral is ingenomen door kantoren. Zo lag vlakbij het station de veemarkt, eens de grootste van Nederland. Om al die uitbreidingen heen werd in de tweede helft van de vorige eeuw een rondweg aangelegd waarna de steeds groeiende stad buiten die rondweg weer nieuwe woonwijken kreeg.

In ‘Leeuwarden, open stad’ wordt gekozen voor de radiale structuur. Daarmee bedoelt het gemeentebestuur het voorrang geven aan bereikbaarheid van de randen naar het centrum van de oude stad, zeg het Waagplein of het stadhuis. In tussenliggende jaren is die structuur niet altijd in ere gehouden. Zo werd omstreeks 1965 in de oude stad nog de Groeneweg aangelegd, in een bekend fotoboek omschreven als ‘een racebaan’ in het oude stadscentrum. Verdere gelijksoortige plannen werden door een toenmalige wethouder gestopt met de strijdkreet ‘Blijf met je tengels van de terpen’ verwijzend naar de drie terpen waarop het oude centrum van Leeuwarden is gebouwd.

En in de structuurschets wordt gesproken over het Sportpark Kalverdijkje, dat in de jaren zeventig is aangelegd in de tijd van het tangentiale stadsmodel. Het ligt als een groene barriére tussen de wijken Heechterp en Schieringen die buiten de rondweg zijn aangelegd en de latere uitbreiding Camminghaburen waarvan de ontsluiting naar de binnenstad altijd een probleem is gebleven, zeker voor fietsers.

Zelf woon ik binnen de rondweg aan een van de grote radiale verbindingen, de Groningerstraatweg waar vroeger al het verkeer van Leeuwarden naar Groningen langs moest. Tegenwoordig is voor het snelverkeer de ruim ten zuiden van de stad liggende snelweg naar Drachten en vandaar naar Groningen de aangewezen route, maar druk is het hier nog altijd wel.

———-

De auteur heeft de illustraties geleverd

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Dik Kruithof

Schrijft vanaf 2010 over museumbezoek in De Leunstoel omdat hij vaak naar musea ging en omdat de hoofdredacteur dat miste in zijn blad. Hij studeerde in Wageningen en werkte in de publiciteit, de sport, de ict en de politiek. Daarnaast was hij lange tijd actief in de schaakwereld, als schaker en bestuurder. Ook zat hij zes jaar in zijn woonplaats Leeuwarden in de gemeenteraad voor de PvdA.