Uit het leven zelf

Seizoenen

Ik ben heel blij met de seizoenen. Het zorgt voor afwisseling. En ik heb eigenlijk geen voorkeur. Zo’n winterse dag als vandaag met veel zon en dan mag het ook nog vriezen, daar hou ik van. Omdat er zoveel licht is. Hiervoor hadden we de herfst met zijn aftakeling, maar al die prachtige kleuren en geuren en daarvoor de zomer. Daar hou ik het minst van. Te heet of te veel regen en alles somber groen gekleurd. Maar binnenkort begint de lente. Vooral in het begin word je overdonderd door alle mogelijke soorten groen. Sommige van dat groen is eigenlijk geel, maar er is ook bleekgroen, heel licht groen en ontluikend groen en al die kleuren passen prachtig bij elkaar. Sommige bomen bloeien eerst en krijgen daarna pas blad, andere krijgen eerst blad. Waarom dat is, geen idee.

Heel wat mensen raken opgewonden als de vruchtbomen in bloei staan. Dat is terecht. Maar voor bloeiende vruchtbomen hoef je niet naar het platteland. Hier in de Pijp zijn allerlei straten – wie heeft dat bedacht – met vruchtbomen, meestal peren. En bij mij achter in de binnentuin staat een perenboom die boven de daken is uitgegroeid  en als die in volle bloei is weet je niet wat je ziet. Daar kunnen die armzalige boompjes in de Betuwe niet tegen op.
In allerlei straten en tuinen heb je ook die Japanse Kers, met roze bloesem. Een nep vruchtboom, maar mijn  moeder vond hem erg mooi, omdat hij op kunstbloemen leek.

De lente is echt begonnen als de magnolia bloeit. Dan is het ook alweer wat lichter geworden en kunnen we snel ook weer buiten zitten.

Het voorjaar is mooi en aangenaam, maar al snel bloeit alles uit en krijg je die harde zomerkleuren. Erg is dat allemaal  niet, want volgend jaar is er weer een voorjaar.
———
De subtiele tekening is van Katharina Kouwenhoven.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)