Een premier door beveiligers omgeven Voor burgers en de pers buiten bereik Met op democratie een vreemde kijk Die het conflict tot grenzen heeft gedreven Een premier die mensen in de zeik Neemt, smaad tot grote hoogte heeft verheven Naar grotere van verdeeldheid lijkt te streven
Wordt die de leider van ons kleine rijk?
Ik geloof niet dat kiezer dit voorzag Kan niet begrijpen wat de stemmers dachten Ik weet niet of ze huilden, of ze lachten
Om deze ondoordachte donderslag
Het volk, zegt men, heeft hiervoor gekozen Ons rest als landgenoten de blikken en het blozen
Rood
Geel haar wordt vanaf nu verplicht Tong over tanden onder bovenlip Henk en Ingrid, voor Janneke en Jip Wie zijn er voor die man gezwicht
Wat is er in ons volk gevaren
Dat goudhaartje de voorkeur krijgt Dat er polarisatie dreigt Wie kan mij dat verklaren
Veel wilders kan het toch niet worden
Mijn streek zal het oprecht niet zijn Ik doe geen water bij de wijn
Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.