De poëtische wereld

Plompverloren

Een meerkoetechtpaar bouwt van plompenblaren

Een nestje op het roerblad van een boot

Het oogt vernuftig, stevig en vrij groot

Ze staan erin als trotse eigenaren



Ze zwemmen af en aan met blad en brood

Ze zitten op de eieren en staren

Onrustig om zich heen naar de gevaren

Voor kleine kuikens met hun kopjes rood



Maar voor het zover is, verschijnt de schipper

Hij start de motor van zijn motorboot

De boot komt in beweging en de dood

Zeist met de schroef de kleintjes van de klipper



Wanneer het schip weer terugkeert, zie ik dat

De nestbouw plompverloren wordt hervat.

 

***********************************

Literatuur in Deventer: www.deventerliterair.nl

Series Navigationvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.