De wereldliteratuur roept

Pieter Steinz, Made in Europa

In 2014 verscheen het boek Made in Europa van Pieter Steinz en binnen de kortste keren waren er 10 drukken te verkrijgen. Het boek was populair, sprak mij ook aan en dus heb ik het aangeschaft. 104 Europese culturele verworvenheden. Geen Duitse, Russische, Franse of Italiaanse schatten, maar Europese. Kom daar maar eens om. De eerste keer heb ik het niet in zijn geheel gelezen, maar de krenten uit de pap gevist. Althans wat ik de krenten vond. Iemand anders zou een heel andere keuze maken. Dat geldt trouwens voor het gehele boek. Iemand anders zou geheel andere schatten geselecteerd hebben, ikzelf incluis. Neemt niet weg dat ik over de keuze van Steinz best tevreden ben, vooral omdat het een mengsel is van z.g. hoge en lage kunst, hoewel ik de BILLY van IKEA niet zo gauw opgenomen zou hebben. Dat vind ik niet genoeg een culturele verworvenheid. De beelden van Bernini natuurlijk wel, hoewel ik die niet meer dan kitsch vind.

Bij herlezing heb ik niets overgeslagen, vooral omdat alle stukjes zo aansprekend geschreven zijn. Je raakt vanzelf geïnteresseerd. Elk onderwerp heeft een hoofdstukje en een stukje over een verwant onderwerp, bijvoorbeeld Het Kinderboek en Nijntje, of Kuifje en de Smurfen. Die combinaties zijn niet altijd even voor de hand liggend, zoals De Walsen van Straus en De Tweede Wals van Sjostakovitsj. De Scheve Toren van Pisa en de Tapisserie van Bayeux zou ik ook niet zo gauw met elkaar in verband brengen. Dat is niet erg, want de presentatie van de auteur is in ieder geval prikkelend en het is zeker een aanleiding om het boek geheel of gedeeltelijk nog eens te lezen. Maar niet van begin tot eind, want dan lijkt het te veel op het lezen van een encyclopedie. Helaas is Pieter Steinz niet oud geworden, gevloerd door de ziekte ALS, maar er zijn nog tal van aardige boeken van zijn hand verkrijgbaar.
———-
De auteur heeft de tekening gemaakt.
Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)