Was er nog wat op tv?

Parijs-Roubaix

Dit monument is vaak spectaculairder dan de Vlaamse klassiekers Vooral als het weer een beetje meezit. Onderdeel van de koers zijn meer dan 50 km kasseien en als het regent worden die glad. Is het heel droog, dan is er veel stof. Ook niet leuk. Maar in zulke omstandigheden zijn er veel valpartijen en lekke banden. Om Parijs Roubaix te kunnen winnen moet dat soort pech je bespaard blijven. 
Bij de aflevering van afgelopen zondag was het prettig lenteweer. Het was nu vooral een kwestie van goed sturen. Vreemd genoeg zijn er onder professionele wielrenners veel die helemaal niet goed kunnen sturen en dat zorgt voor valpartijen van henzelf en van anderen. In het peloton probeert men een beetje uit hun buurt te blijven.  Erkende veldrijders als Mathieu van der Poel kunnen meestal heel goed sturen. Maar Mathieu had bedacht dat hij er 60 km voor de finish maar eens van door moest. Dat pakte goed uit, mede door het werk van zijn ploeggenoten, die 2e en 6e werden. Zo  won Mathieu Parijs Roubaix voor de tweede keer en heeft hij er weer een kei, de hoofdprijs, bij.
Nu hebben we deze Franse klassieker gehad – het enige ‘monument’ op Franse bodem – en gaan we naar de Waalse klassiekers in de Ardennen en dan moet er geklommen worden. Ander vak, andere deelnemers. Maar eerst nog onze nationale trots: de Amstel Goldrace!
———-
De kassei is geportretteerd door de schrijfster.
Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)