
Ik heb een mooie herinnering aan de CJMV (Christelijke Jonge Mannen Vereniging) in de Jerusalemkapel in de Gheijnstraat, Den Haag in de jaren vijftig. Met mijn broertjes zat ik op de zaagclub, onder leiding van meneer Wijsman. Hij had een gordijnenzaak op de Beeklaan in Den Haag. Meneer Wijsman was een geweldig aardige, geduldige, toegewijde, man, die ons ingewijd heeft in de kunst van het figuurzagen. Voor 10 cent in de week waren we uren zoet met het creëren van lampenkapjes en kinderkapstokken.
Helaas ben ik erg ziek geworden, de dokter wilde me naar een sanatorium sturen omdat ik iedere keer mijn bed uit ging, maar wat wilde je: ouders allebei beneden aan het werk in de slagerij, de broertjes en vriendjes buiten aan het spelen, en nooit bezoek ontvangen, behalve de dokter die met een grote injectiespuit en pillen langs kwam.
Geen televisie, alleen een keer in de week een hoorspel. Naar dat moment leefde ik helemaal toe en zat op dat moment gekluisterd aan de radio.
Meneer Wijsman miste me al een tijde, en belde mijn ouders: waar blijft Robbie? Een paar dagen later komt hij op bezoek, met een hele installatie, zodat ik me in bed uit kon leven met figuurzagen.
Het was lief van meneer Wijsman om dat aan te bieden. Maar mijn moeder stond niet achter het plan van meneer Wijsman en heeft hem voorzichtig uitgelegd, dat stof en zaagsel funest voor mij konden zijn.
Dus dat project is niet doorgegaan. Gelukkig heb ik het volgehouden een half jaar in bed te blijven. Helaas mocht ik twee jaar niet sporten, niet hardlopen en niet zwemmen. Dat heb ik later allemaal weer ingehaald.
