
Onlangs ben ik echt aan de dood ontsnapt
want alvorens ik uit een supermarkt was
gestapt liet een bouwvakker ijzeren balken
van het winkelplafond naar beneden vallen
precies één meter achter mij, vlakbij de exit.
Ik voelde niks, geen angst of schrik maar ik
besef nu een dag later dat de magazijnchef
mijn leven heeft gered, want toen ik wat info
nodig had, liet hij mij geen twee seconden
uitspreken, daarom dank ik de gehaastheid
waarmee hij z’n flessen wijn had weggezet.
Want zo kan ik u alweer een gedicht vertellen
dat ik onder kerkgewelven schreef en ook al
hangt het Lam Gods een klein beetje scheef,
’t is de bouwvalligheid die mij hier dwarsligt.
En dus schreeuw ik nu kil en ruw tot de heer:
kom van dat dak af, ‘k waarschuw niet meer!
Maar plots geeft de priester mij een oorveeg
word ik van grillige ondankbaarheid beticht.
—–
