Uit het leven zelf

Kijk toch eens, jongen

Mijn opa was een timmerman. Hij deed het timmerwerk van alle nieuwe huizen die in zijn dorp werden gebouwd. Ik mocht mee op zijn handkar en zat te midden van het verse hout, dat hij in de werkplaats al op maat had gezaagd. Hij deed de bekisting en zette deurposten en kozijnen.



Dan, terwijl de stenen muren werden opgetrokken, zaagde, timmerde en schuurde hij als een wildeman in zijn werkplaats, woest kauwend op een spijker, aan diverse planken, zodat er deuren, trappen en leuningen ontstonden en terwijl de houtkrullen om mijn oren vlogen, mocht ik van het afvalhout mijn eigen huisje timmeren. Als het metselwerk gereed was en de muren stonden, was de rust weergekeerd en togen we naar de bouw om met de, door de geklaarde werkzaamheden, gerede delen het nog zo kale huis aan te kleden.



Zijn grootste passie was het maken van de dorpels. Onder elke deur plaatste hij een met zorg en van bijzonder hout gemaakte dorpel. Hij noemde dat een ‘deurpl’. Ik wist niet wat een ‘deurpl’ was, maar wist dat het iets met deuren te maken had.



Op zijn oude dag bezocht hij regelmatig de bouwplaats van een rijtje nieuwe woningen in de buurt van zijn kleine aanleunhuis, zoals hij zijn nieuwe woning noemde. Hij was een van die oude mannen die kijken naar wat er gebeurt. Hij was daar terecht, want had verstand van zaken, maar schudde vaak zijn hoofd als hij zag hoe er tegenwoordig werd gebouwd. ‘Kijk toch eens, jongen,’ zei hij dan tegen mij, wijzend naar de bouw ‘beton, metalen kozijnen en stenen dorpels.’ Het wijzen, gericht op de dorpels, leek een afkeurend gebaar.



Zijn eigen huis, zijn aanleunhuis, had geen dorpels meer. Bang dat er werd gestruikeld. Een dorpelloos huis. Dat klopte niet, dat was een contradictie. Mijn opa wás een dorpel en ik was zijn krullenjongen.

 

****************************


De tekening is van Annemiek Meijer

 

******************************


Abonneert u op de Nieuwsbrief.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Mas Papo

Mas Papo debuteerde met zijn werk als vanzelfsprekend aan zee. ‘Kom op verhaal, digitaal’, het Open Boek van Texel nam het gedicht ‘Strand’ op om het een plek te geven dicht bij de bron. Het strand ‘Een verlaten vlakte tussen duin en zee’, volgt Papo op de voet. Het werk van de Heeschenaar kent als geen ander het water. Sfeervol en tot de kern bekleedt hij zijn onderwerpen met gevoelige maar toegankelijke woorden. Samen met anderen maakte hij de lokale dichtbundel ‘Dichter op de huid’. In 2008 verscheen zijn roman “De meikevers” en voorjaar 2012 de dichtbundel “Aanvaart” . Van november 2010 tot maart 2013 was hij dichter van Bernheze.