Een omweg waard

Joost Swarte in de Kunsthal

Momenteel is er een overzichtstentoonstelling van het werk van Joost Swarte (1947), maar daarvoor moet je wel naar de Kunsthal in Rotterdam en dat is niet mijn favoriete museum. Ik heb me daar maar overheen gezet, want anders kom je nergens meer. Je moet van tevoren kaarten kopen, want ze hanteren een time-slot en verwachtten kennelijk een immense drukte. Ik kon me dat niet goed voorstellen, maar het was inderdaad druk. Kennelijk is Joost Swarte veel populairder dan ik dacht en dat is terecht, maar het verbaasde me wel.

Het is een schitterende tentoonstelling, niet alleen vanwege het werk, maar ook omdat hij heel goed is ingericht, in eigen beheer natuurlijk. Als je als kunstenaar zoveel gevoel hebt voor verhoudingen moet dat in je eigen tentoonstelling ook in orde zijn. Dus was er een perfecte verdeling tussen grote en kleinere afbeeldingen en objecten. Er hing één glas-in-loodraam, helaas tegen een muur, zodat er geen licht doorheen kon schijnen. Omdat er veel klein werk bij is – postzegels bijvoorbeeld – was het alles bij elkaar veel. Je moest dus je tijd nemen, maar dat deed geen verdriet.

Joost Swarte hoeft eigenlijk nauwelijks introductie. Iedereen die ooit wel eens een plaatje van hem gezien heeft, zal hem daarna direct herkennen. Hij studeerde voor industrieel ontwerper in Eindhoven, maar begon in het platte vlak met strips, waarvoor hij een eigen tijdschrift oprichtte: Modern Papier. Bij die strips bleef het niet. Zijn stijl sprak zo aan dat hij al snel tekeningen maakte, postzegels, posters, ansichtkaarten, CD-hoesjes, boekillustraties, bladomslagen, tot en met illustraties voor The New Yorker. Bovendien ontwierp hij ook in drie dimensies: meubilair, het theater De Toneelschuur in Haarlem en appartementen in de Willemstraat in Amsterdam.

Zijn grafisch werk heeft een heel eigen, direct herkenbare stijl. Hij noemt dat zelf de klare lijn: duidelijke contourlijnen, heldere kleurvlakken, geen schaduwen. Elke tekening is compleet, nauwkeurig en exact en in één oogopslag wordt het totale complexe beeld gevat. Maar er is altijd heel veel te zien dus je blijft kijken.  

Mijn persoonlijke favoriet – en het zal niet alleen mijn favoriet zijn – is De Spiegel, een zeefdruk in zwart-wit of eigenlijk van zwarte lijnen, want gevulde vlakken zijn er nauwelijks. In een café zit een man, op een bank tegen de muur, woedend aan zijn das te trekken. Op de tafel naast hem een  rokende peuk en een omgevallen glas bier en als je goed kijkt een damestasje. Boven de bank bevindt zich een enorme spiegel, waarin we het achterhoofd van de man zien, een jukebox tegen de muur en een dansend paar. Terwijl door een zijdeur een ober binnen komt, met een blad en daarop een fles champagne in een koeler en twee glazen. Hier wordt in één tekening, die ook nog voor een kwart leeg is, een heel drama ontsloten. Pregnanter zie je het zelden. Geen wonder dat ik aan die tentoonstelling een groot gevoel van geluk overhield. Dat heb je soms met prachttentoonstellingen en dit is er zeker één. Nog steeds te zien, trouwens.

——
Het plaatje is van de schrijfster

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)