Martin Luther King jr. had een droom, ik net zo. De dominee droomde dat zijn vier kinderen niet op hun kleur beoordeeld zouden worden maar op hun karakter. Ik leg de lat lager, ik droom ervan om op dezelfde plek te staan als hij toen hij die droom uitsprak. Dat was 28 augustus 1963 op de trappen van Lincoln Memorial. MLK liep erheen in het kader van de March on Washington, ik pak de fiets.
Om de hoek van Union Station huur ik bij Unlimited Biking een fiets. De huurprijs is ‘unlimited’ hoog en als ik daar wat van zeg, reageert Chris snedig: ‘In a capital, you pay a capital.’
Als ik op zijn aanwijzing, ‘three blocks down then take a left’, Constitution Avenue opdraai, valt mijn mond open. Aan het einde van de brede laan rijst het Capitool op, de marmerwitte koepel steekt scherp af tegen een blauwe lucht. Eindeloos vaak zag ik het gebouw in films en op tv en toch, zo in het echt, wauw!
Achter de heuvel van het Capitool begint de National Mall. Een kilometerslang grasveld met eindeloos veel monumenten, standbeelden, musea en regeringsgebouwen. Een park over de geschiedenis van de Verenigde Staten en een plek waar de democratie gevierd wordt.
De eerste blikvanger is het Washington Monument, 170 meter hoog. Rond de obelisk wapperen 50 Stars and Stripes die de staten vertegenwoordigen. De Amerikaanse vlag is een voorbeeld van zogenaamde ‘soft power’. Macht die niet wordt uitgedrukt in legers en vuurkracht maar door invloed op cultuur zoals Hollywood, spijkerbroeken, Apple, McDonald’s, Taylor Swift, van die dingen.
Na soft power is het tijd voor hard power: de oorlogen die de Verenigde Staten voerden. Langs het eindeloze grasveld fiets ik naar World War II Memorial. Het staat er pas 20 jaar en oogt fantasieloos. Granieten pilaren en bogen rond een fontein. Mijn ogen blijven hangen aan de inscriptie: “Americans came to liberate, not to conquer, to restore freedom and to end tyranny”. Das war einmal, zoals de Duitsers zeggen.
Ooit deed ik een belofte aan Sjake, een inmiddels overleden Nederlandse Korea-veteraan. Als ik in Washington zou zijn, dan wel langs het gedenkteken van die oorlog. Namens hem knik ik eerbiedig naar zijn gesneuvelde strijdmakkers. Ik buig het hoofd voor 19 beelden van soldaten in actie. Allen gehuld in regenponcho’s, Sjake vervloekte het Koreaanse weer.
Ik verlaat D.C. en neem de brug over de Potomac naar de staat Virginia. De rivier vormde de grens tussen de Zuidelijken en de Noordelijken tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Ik fiets de grootste begraafplaats op die ik ooit zag. Hier liggen slachtoffers van alle oorlogen die Amerikanen uitvochten. Grafzerken zover het oog reikt, die van de Amerikaanse Burgeroorlog zijn al 160 jaar oud maar blinken in de zon. Opvallend dat de honderden scholieren die hier op excursie zijn op een enkele uitzondering na wit zijn.
Terug op de Mall meteen naar Lincoln Memorial, de hoogste tijd voor mijn historische sensatie. Daar zit hij dan, Abraham Lincoln. Vanuit zijn marmeren stoel kijkt hij de bezoekers indringend aan. Op het bordes kijk ik over het veld en de vijver, zoals MLK dat deed. Maar net zomin als zijn droom uitkwam, blijft mijn historische sensatie uit.
Als ik mijn prijzige fiets inlever is Chris vertrokken. ‘He just went out for a snack’, zegt Jessica. Ja, een snack, een dozijn oesters met een glaasje Moët & Chandon ernaast zul je bedoelen.
