Haast niemand sprak over het buitenland De wereld staat in brand maar in debatten Spraken politici liever over katten Niemand voelde iemand aan de tand
Soms leek het even op een potje matten
Met statements voor koppen in de krant Voor de partij en mensen in het land Die ze systematisch onderschatten
Of hebben wij de leiders overschat,
Gedacht dat zij vanuit deskundigheid Bij wilden dragen aan het landsbeleid Elk vanuit posities die men had.
Echte experts, naast al dit loos gedoe,
Zag ik enkel in Ebbinge, van der Laan en Woe.
Eeuwig formeren
Politici verketteren elkaar Het kiezersvolk is alle richting kwijt Crises vragen om verbondenheid Maar elke keuze stuit op een bezwaar
Over details ontbrandt al gauw een strijd
Elkaars bemoeienis zien ze als gevaar Onmiddellijk zijn alle rapen gaar Korte lontjes, louter haat en nijd
Informeren, nou vergeet het maar
Ik denk dat we dit keer die klus niet klaren Formatie vergt waarschijnlijk vele jaren En dan is het opnieuw verkiezingsjaar
Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.