archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 21
8 februari 2024
Nummer 11 verschijnt op
7 maart 2024
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Primitieve economische ideeën Arie de Jong

2105BS Econ ideeënHet is verwonderlijk hoe hardnekkig allerlei primitieve economische ideeën worden gekoesterd. Je zou zeggen: ‘we weten inmiddels beter!’ Zelfs hoogleraren koesteren echter zulke primitieve ideeën, dus blijkbaar is economie geen gemakkelijk vak. (Sommigen wijzen er op dat de verwarring eruit bestaat dat de term economie in twee betekenissen wordt gebruikt. De ene betekenis is de economische wetenschap, met wetmatigheden en analyses. De andere is de economische werkelijkheid. Waar dat aan voorbijgaat is, dat je op verschillende manieren tegen de samenleving aan kunt kijken. De een vindt rechtvaardigheid essentieel en ergert zich blauw aan de graaicultuur van mensen die in de positie zitten om een hoog inkomen of een fiks vermogen te hebben. De ander is dol op de markt en gelooft er heilig in dat die tot een optimale toedeling van middelen leidt. Weer een ander hekelt de eenzijdige gerichtheid op wat in geld valt uit te drukken en meent dat de economie een zeer gemankeerde manier van benaderen kent.)

De domheid van belangenbehartigers

Ik las in een interview met een werkgeversvoorzitter het maffe idee dat zijn leden de economie bepaalden en dat mensen die voor de klas staan of bij de overheid werken geen productie leveren en door de ‘productieve sectoren’ mogelijk worden gemaakt. Sommige politici denken dat ook en willen dan het aantal ambtenaren verminderen of de overheid kleiner maken. Waar komt dit maffe idee vandaan?

Uiteraard is het voor iedereen belangrijk dat hij of zij te eten heeft. In dat licht zorgen de boeren, vissers en tuinders ervoor dat we kunnen overleven. Alles dat daarna komt is mooi meegenomen. Was het maar zo simpel. In onze hoogontwikkelde maatschappij hebben we nu eenmaal een zeer verfijnde arbeidsdeling, ook mogelijk gemaakt door enorme productiviteitsverbeteringen. Kon een keuterboer uit de middeleeuwen ternauwernood voorzien in de eigen behoeften, tegenwoordig zorgt elke boer dat honderden, zo niet duizenden monden gevoed kunnen worden met zijn productie. De redenering is echter verkeerd om. Waar het uiteindelijk om gaat is waar we met zijn allen behoefte aan hebben. En alles waaraan we behoefte hebben is economisch nuttig, als je het maar op de één of andere manier kunt bekostigen. 

Het opvoeden en onderwijzen van kinderen is net zo nuttig als het maken of onderhouden van auto’s, het vervoeren van mensen en goederen is net zo nuttig als het genezen en verzorgen van wie ziek, oud of hulpbehoevend is. Toneelspelen is net zo nuttig als het werk van kappers en kapsters, het maken van wetten en het handhaven daarvan is net zo nuttig als het kweken van tomaten. Al die dingen samen laten onze samenleving draaien, en dat kun je in economische termen uitdrukken. 

Als de productiviteit niet zo gestegen was, dan waren gewoon meer mensen werkzaam in de agrarische sector of stonden er in fabrieken nog duizenden aan de lopende band. Al die verschillende activiteiten vormen complexe ketens. Voordat het eten op mijn bord ligt, zijn daar niet alleen boeren en tuinders mee bezig geweest, maar net zo goed de vakkenvuller in de supermarkt, de vrachtrijder die spullen van hot naar her brengt, de inspecteur van de voedselinspectie die de voedselveiligheid in de gaten houdt en de bezorger van de reclamefolders waarin ik kan lezen dat de broccoli in de reclame is. Ook die boer in het begin van het proces verdient zijn brood alleen om er andere dingen mee te kunnen doen, een mooi huis te laten bouwen, een weekje op vakantie in een huisje in de Ardennen of op zaterdagavond uit zijn bol bij een concert van Rowwen Hèze in een biertappende gelegenheid.
Het lijkt me wel duidelijk.

De beperktheid van economische modellen

Tijd voor een volgend infantiel idee. De oneindige werkgelegenheid en andere onmeetbare grootheden.
Economische modellen hebben wat weg van het heelal. Rare vergelijking, maar ik zal dat ophelderen. In economische modellen zitten tal van wetmatigheden. Als je de uitkeringen verhoogt, dan zullen er wat mensen zijn die liever niet op zoek gaan naar werk: ze proberen het uit te zingen met die uitkering, is het idee. Of als je het minimumloon verhoogt, dan zullen werkgevers sommige banen schrappen, omdat de opbrengst van de werknemer de kosten niet meer goed maakt. Of de loonkosten worden zelfs zo hoog, dat ze de zaak moeten sluiten of naar het buitenland willen verkassen. Of als je de BTW verhoogt, dan stijgen de consumentenprijzen en gaan mensen minder kopen. Of als de rente daalt, dan zullen mensen en bedrijven graag willen lenen om een huis te kopen of investeringen te doen. 

Zo stikt het van de wetmatigheden, die onderling ook weer op elkaar inwerken. Alsof je het hebt over de natuurwetten, van de zwaartekracht tot de energiewetten. Het vreemde is echter dat sommige belangrijke zaken niet goed in het model te passen zijn. Denk aan de invloed op de Nederlandse economie van ontwikkelingen in het buitenland, of de sentimenten op de beurzen in de wereld, of hoeveel mensen er beschikbaar zijn om werk te verrichten (nog los van de vraag welke kwalificaties mensen hebben, want niet iedereen kan alle werk aan) of nog moeilijker: de waarde van natuur, kwaliteit van de leefomgeving of klimaatverandering. Net als in het heelal stuit je dan op onkenbare grenzen, op onkenbare oneindigheid. Dat maakt dat economische modellen er onvermijdelijk naast zitten, maar we hebben niet beter. Hoe geavanceerd dit soort modellen ook is, het blijven primitieve manieren om de werkelijkheid te beschrijven, laat staan goede voorspellingen te kunnen doen over de toekomst.

Kortom, als wie dan ook wat beweert over economie, wantrouw dat dan.

---------

De keten is vereeuwigd door Coc van Duijn.
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/


© 2023 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Primitieve economische ideeën Arie de Jong
2105BS Econ ideeënHet is verwonderlijk hoe hardnekkig allerlei primitieve economische ideeën worden gekoesterd. Je zou zeggen: ‘we weten inmiddels beter!’ Zelfs hoogleraren koesteren echter zulke primitieve ideeën, dus blijkbaar is economie geen gemakkelijk vak. (Sommigen wijzen er op dat de verwarring eruit bestaat dat de term economie in twee betekenissen wordt gebruikt. De ene betekenis is de economische wetenschap, met wetmatigheden en analyses. De andere is de economische werkelijkheid. Waar dat aan voorbijgaat is, dat je op verschillende manieren tegen de samenleving aan kunt kijken. De een vindt rechtvaardigheid essentieel en ergert zich blauw aan de graaicultuur van mensen die in de positie zitten om een hoog inkomen of een fiks vermogen te hebben. De ander is dol op de markt en gelooft er heilig in dat die tot een optimale toedeling van middelen leidt. Weer een ander hekelt de eenzijdige gerichtheid op wat in geld valt uit te drukken en meent dat de economie een zeer gemankeerde manier van benaderen kent.)

De domheid van belangenbehartigers

Ik las in een interview met een werkgeversvoorzitter het maffe idee dat zijn leden de economie bepaalden en dat mensen die voor de klas staan of bij de overheid werken geen productie leveren en door de ‘productieve sectoren’ mogelijk worden gemaakt. Sommige politici denken dat ook en willen dan het aantal ambtenaren verminderen of de overheid kleiner maken. Waar komt dit maffe idee vandaan?

Uiteraard is het voor iedereen belangrijk dat hij of zij te eten heeft. In dat licht zorgen de boeren, vissers en tuinders ervoor dat we kunnen overleven. Alles dat daarna komt is mooi meegenomen. Was het maar zo simpel. In onze hoogontwikkelde maatschappij hebben we nu eenmaal een zeer verfijnde arbeidsdeling, ook mogelijk gemaakt door enorme productiviteitsverbeteringen. Kon een keuterboer uit de middeleeuwen ternauwernood voorzien in de eigen behoeften, tegenwoordig zorgt elke boer dat honderden, zo niet duizenden monden gevoed kunnen worden met zijn productie. De redenering is echter verkeerd om. Waar het uiteindelijk om gaat is waar we met zijn allen behoefte aan hebben. En alles waaraan we behoefte hebben is economisch nuttig, als je het maar op de één of andere manier kunt bekostigen. 

Het opvoeden en onderwijzen van kinderen is net zo nuttig als het maken of onderhouden van auto’s, het vervoeren van mensen en goederen is net zo nuttig als het genezen en verzorgen van wie ziek, oud of hulpbehoevend is. Toneelspelen is net zo nuttig als het werk van kappers en kapsters, het maken van wetten en het handhaven daarvan is net zo nuttig als het kweken van tomaten. Al die dingen samen laten onze samenleving draaien, en dat kun je in economische termen uitdrukken. 

Als de productiviteit niet zo gestegen was, dan waren gewoon meer mensen werkzaam in de agrarische sector of stonden er in fabrieken nog duizenden aan de lopende band. Al die verschillende activiteiten vormen complexe ketens. Voordat het eten op mijn bord ligt, zijn daar niet alleen boeren en tuinders mee bezig geweest, maar net zo goed de vakkenvuller in de supermarkt, de vrachtrijder die spullen van hot naar her brengt, de inspecteur van de voedselinspectie die de voedselveiligheid in de gaten houdt en de bezorger van de reclamefolders waarin ik kan lezen dat de broccoli in de reclame is. Ook die boer in het begin van het proces verdient zijn brood alleen om er andere dingen mee te kunnen doen, een mooi huis te laten bouwen, een weekje op vakantie in een huisje in de Ardennen of op zaterdagavond uit zijn bol bij een concert van Rowwen Hèze in een biertappende gelegenheid.
Het lijkt me wel duidelijk.

De beperktheid van economische modellen

Tijd voor een volgend infantiel idee. De oneindige werkgelegenheid en andere onmeetbare grootheden.
Economische modellen hebben wat weg van het heelal. Rare vergelijking, maar ik zal dat ophelderen. In economische modellen zitten tal van wetmatigheden. Als je de uitkeringen verhoogt, dan zullen er wat mensen zijn die liever niet op zoek gaan naar werk: ze proberen het uit te zingen met die uitkering, is het idee. Of als je het minimumloon verhoogt, dan zullen werkgevers sommige banen schrappen, omdat de opbrengst van de werknemer de kosten niet meer goed maakt. Of de loonkosten worden zelfs zo hoog, dat ze de zaak moeten sluiten of naar het buitenland willen verkassen. Of als je de BTW verhoogt, dan stijgen de consumentenprijzen en gaan mensen minder kopen. Of als de rente daalt, dan zullen mensen en bedrijven graag willen lenen om een huis te kopen of investeringen te doen. 

Zo stikt het van de wetmatigheden, die onderling ook weer op elkaar inwerken. Alsof je het hebt over de natuurwetten, van de zwaartekracht tot de energiewetten. Het vreemde is echter dat sommige belangrijke zaken niet goed in het model te passen zijn. Denk aan de invloed op de Nederlandse economie van ontwikkelingen in het buitenland, of de sentimenten op de beurzen in de wereld, of hoeveel mensen er beschikbaar zijn om werk te verrichten (nog los van de vraag welke kwalificaties mensen hebben, want niet iedereen kan alle werk aan) of nog moeilijker: de waarde van natuur, kwaliteit van de leefomgeving of klimaatverandering. Net als in het heelal stuit je dan op onkenbare grenzen, op onkenbare oneindigheid. Dat maakt dat economische modellen er onvermijdelijk naast zitten, maar we hebben niet beter. Hoe geavanceerd dit soort modellen ook is, het blijven primitieve manieren om de werkelijkheid te beschrijven, laat staan goede voorspellingen te kunnen doen over de toekomst.

Kortom, als wie dan ook wat beweert over economie, wantrouw dat dan.

---------

De keten is vereeuwigd door Coc van Duijn.
Meer informatie: http://cocvanduijn.nl/
© 2023 Arie de Jong
powered by CJ2