Dichten

Het wordt me te machtig

In een aristocratie vormt iemands herkomst de basis
Van de verdeling van baantjes en macht
De adelstand drijft op de opbrengsten uit pacht
Van ondergeschikten waarvan men de baas is

Meritocratie benadrukt talenten
Wie meer in zijn mars heeft en beter presteert
Krijgt daarvoor een passend loon uitgekeerd
Soms nog verrijkt met premies en rente

In een democratie is het volk aan de macht
Dat kan de besluitvorming danig vertragen
Maar besluiten zijn dan tenminste gedragen
Als een uitkomst van overredingskracht

In een bureaucratie staan de regels centraal
Alles is stroperig, de ambtenarij
Bepaalt hoe het gaat in de maatschappij
Met procedures, regels en wollige taal

In een autocratie wordt de macht niet verdeeld
Maar geconcentreerd in één vrouw, of één man
Die de macht naar willekeur aanwenden kan
Die, zo lang als hij kan, zijn spelletjes speelt

In wat voor cratie zijn we heden beland
Nu de wereld geleid wordt door obscene rijken
Die enkel naar eigen belangen kijken
Vanuit hedonisme in plaats van verstand

Nu de wereld gerund wordt door technocraten
Die narcistisch op zoek zijn naar eigen belang
Ook al leidt hen dat recht naar de ondergang
Al willen ze ons anders geloven laten

Kleptocratie door tol en tarieven
Door meer dan obscene zelfverrijking
Zonder enige basis, of enige ijking
Crimicratie onder leiding van dieven

We zien het en sommigen hebben het door
Maar velen volgen de trends van de tijd
Naar hebzucht, machtsmisbruik, ledigheid
Als metgezel op het dievenspoor

Welke cratie geeft de macht aan de gekte
Is de waanzin nu werkelijk aan de macht
Dementiacratie, wie had dat gedacht
De wereld ontaardt in een Alzheimer sekte

Donald speelt met Poetin en Xi
Een spel om de knikkers en zelfbehoud
Om machtsposities, olie en goud
Een wereldbedreigend Wie van de Drie

———-

De illustratie is van Han Busstra.

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.