Amsterdam werelddorp

Het Oosterpark

Het Oosterpark is in 1891 aangelegd door de gemeente en ontworpen door landschapsarchitect Leonard Springer in – het spreekt vanzelf – Engelse landschapstijl. Geen enkele rechte lijn dus, maar wel een vijver, een restant van een molenwetering, met daarin een klein eiland en een fontein en een muziekkapel. Gelukkig geen fantasievolle bouwwerkjes, behalve een elektriciteitshuisje.

Voor de aanleg van het park moest de zich daar bevindende begraafplaats plaatsmaken. Hij ging naar een plek verderop in de Watergraafsmeer: de Nieuwe Oosterbegraafplaats, waar ook driftig gecremeerd wordt. Het Oosterpark is een drassig park en daarom al verschillende keren gerenoveerd, maar je loopt er nog steeds te soppen. Er moeten een paar sloten doorheen gegraven worden. Nu is het wel geschikt voor weidevogels, maar die komen er nooit. Er habitueren alleen heel gewone vogels, die we allemaal in de tuin hebben. Maar één van de wintergasten, de koperwiek, is een vogel waar ik nog nooit van gehoord heb, dus die zal wel bijzonder zijn.

Alleen aan de westzijde van het park, aan de Mauritskade, bevinden zich gebouwen aan het park, met aan de noord-westkant het enorme Tropenmuseum met een terras dat uitziet over het park. Er is daar ook een straatje, haaks op de Mauritskade, dat ook Mauritskade heet en dat van die malle kleine huisjes heeft, zoals aan het Slatuinenpad en het Linnaeuspad. Aan drie kanten liggen er straten om het park, aan de noordkant de Linnaeusstraat en aan de zuid- en westkant straten die Oosterpark heten. Daar heb je de Oosterparkkerk, het ‘sGravensandepleintje en het Witsenhuis, waar schrijvers een tijdje in retraite kunnen. Er is een pierenbad ontworpen door Aldo van Eyck, maar dat kun je nergens aan zien. Aan het zuidelijke Oosterpark ligt het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, dat tegenwoordig daar zijn ingang heeft. Aan de westzijde ligt Hotel de Arena, dat steeds verder uitbreidt het park in en ook daarnaast wordt steeds verder het park in gebouwd en dat is niet erg zolang het maar een horecafunctie heeft.

In het park bevinden zich ook twee monumenten. De Schreeuw van Jeroen Henneman, ter herinnering aan Theo van Gogh en het Nationaal Monument Slavernij Verleden van Erwin de Vries. Dat laatste heeft mijn bekoring niet, maar het is goed dat het er is. Er wordt eenmaal per jaar iets gevierd, naast de talrijke festivals die er zijn. Stadsparken zijn niet geschikt voor festivals. Het park verandert in een afgegraven veengebied en de geluidsoverlast is overweldigend. En er zijn er veel te veel. Gelukkig is het gemeentebeleid om die festivals meer en meer naar de buitengebieden van de stad te verplaatsen. Een festivalganger is toch gewend om zijn tent mee te nemen.

——–
Het plaatje is van de schrijfster

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Katharina Kouwenhoven

Wanneer onbekenden elkaar voor het eerst ontmoeten, vormen zij zich een indruk van elkaar, op basis waarvan zij besluiten of nadere kennismaking een interessante optie is. Voor het vormen van die eerste indruk hebben zij niet veel informatie tot hun beschikking: een paar uiterlijke kenmerken en wat minieme gedragsobservaties. Deze informatie kan worden aangevuld door elkaar wat korte vragen te stellen. De vragen die mensen elkaar stellen bij een eerste ontmoeting hebben praktisch altijd betrekking op biografische gegevens: hoe oud ben je, waar ben je geboren, wat doe je, waar heb je op school gezeten, waar woon je. Het merkwaardige is, dat al deze informatie - uiterlijk, houding, presentatie, biografische gegevens - helemaal niets zegt over met wat voor soort mens we te maken hebben, een psychopathische seriemoordenaar of een zachtaardige steunpilaar van de maatschappij. Toch willen we dat laatste graag weten. Als ik iets over mezelf wil zeggen, kan ik proberen nooit gestelde, maar wel prangende vragen te beantwoorden of me te beperken tot de informatie die normaal verschaft wordt bij een eerste ontmoeting. Ik denk dat ik me beperk tot het laatste, want dat is veelzeggend genoeg.Ik ben woonachtig te Amsterdam, alleenstaand, werkzaam, goed opgeleid en dol op bubbeltjeswijn.(Ik maak inmiddels ook tekeningetjes voor De Leunstoel.)