De poëtische wereld

Global warming

Weer geen winter, weer geen ijstaferelen

Die zie je nog slechts op een schilderij

Het echte schaatsen is voorgoed voorbij

Het lijkt of het de mensen niets kan schelen



Een echte winter is er niet meer bij

Geen fletse verten die de ogen strelen

Geen stempelposten bij de elf steden

Waar mannen jachtig wachten in een rij



Rayonhoofd, kruisje, alles is verleden

Gesmolten is het polderheldendom

Van mannen die op wijde rakken streden

Om de eer! Nou kom daar nog es om



Koning winter ging met stille trom

Ik denk dat hij een wak in is gereden.












Series Navigationvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.