In de polder

Forum voor Democratie

We moeten het maar eens hebben over Forum voor Democratie (FvD). Die partij krabbelde op nadat Thierry Baudet, die de partij vanaf het begin leidde, een stap terug deed. Lidewij de Vos volgde hem op, was lijsttrekker bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen en is nu fractievoorzitter van een fractie van zeven leden. Daar zit Baudet niet meer bij, maar dat kan te maken hebben met een vreemde gang van zaken bij FvD. Telkens maken Kamerleden plaats voor iemand van de opvolgers, om na verloop van tijd weer op te duiken als Kamerlid. Daartussen blijven ze als ‘medewerker’ toegang houden tot het Kamergebouw en strijken wachtgeld op. Baudet beëindigde zijn Kamerlidmaatschap op 11 januari 2026 en werd opgevolgd door Tom Russcher, al vanaf 2019 medewerker van de fractie. Baudet maakte bekend dat hij geen gebruik maakt van de wachtgeldregeling, maar zich heeft teruggetrokken om de campagne voor de raadsverkiezingen te leiden; en hij blijft partijvoorzitter.
Medio 2026 verwacht hij terug te keren in het parlement. Maar daar
wil ik het niet over hebben.

Mij gaat het om het fenomeen FvD en de toekomst die deze partij tegemoet gaat.

De eerste piek van FvD en hoe die werd ondermijnd

Bij de verkiezingen van Provinciale Staten in 2019 behaalde FvD een enorme overwinning, werd zelfs de grootste partij. Wat daarbij had geholpen was de mate waarin Thierry Baudet door de media op het paard werd getild. Hij was het aantrekkelijke alternatief voor Geert Wilders. Die was met zijn PVV in een aanhoudend verval geraakt en kiezers die zich op radicaal rechts bewogen zagen in Baudet de nieuwe verlosser. Jong, welbespraakt, niet die voortdurende scheldkanonnades en jij-bakken, maar iemand die zelfs piano kon spelen en een zekere geleerdheid uitstraalde. Nog op de avond van de verkiezingen begon echter voor FvD het verval door een lange overwinningsrede van Baudet, gekenmerkt door verwaande warhoofderij. De oprichter van de partij sprak zijn aanhang geestdriftig toe; vooral de uil van Minerva bleef hangen, en nog wat onnavolgbare moeilijke woorden.

De provincies zaten er echter mee opgezadeld, met grote fracties van FvD die her en der gedeputeerden mochten leveren. In het verlengde van deze overwinning kon FvD in 2019 ook de grootste fractie in de Eerste Kamer vormen. Maar het verval van FvD zette in, verkozen vertegenwoordigers liepen de partij uit en uiteindelijk ging het helemaal mis op een avond waarop Baudet zijn hoofd verloor en in november 2020 in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen zulke extremistische opvattingen ventileerde bij een intern beraad, dat hooggeplaatste kandidaten op de lijst voor de Tweede Kamer braken met FvD. Annabel Nanninga, Vicky Pouw en Eva Vlaardingerbroek stapten op. Ook Joost Eerdmans in de Eerste Kamer had er ook genoeg van, de fractie van FvD decimeerde. Uit deze afsplitsing ontstond JA21. Statenfracties vielen uiteen.
Het was chaos in FvD. Baudet stapte zelf terug, maar meldde zich al snel weer als leider. Het had er veel van weg dat de dagen geteld waren voor FvD, maar bij de verkiezingen van 2021 volgde er een zeker herstel: de twee zetels uit 2017 werden er acht. Toch raakte FvD op een weg omlaag en toen bij de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in 2023 Geert Wilders met de PVV glorieerde en 37 zetels behaalde, ging dat mede ten koste van FvD. FvD kwam toen op drie zetels: op weg naar de uitgang?

Waarom FvD op weg is naar een tweede piek

Het is druk in de extreemrechtse vijver. Vlak na de verkiezingen van november 2025, toen de PVV elf zetels verloor en er 26 overhield, splitste die fractie en viel terug naar negentien zetels. De groep Markuszower maakte zich los: zeven dissidenten. Het verval van Geert Wilders en zijn PVV was ingezet en de tijd zal leren of men zich weet te herstellen. Mijn verwachting: dat gaat hem niet lukken.
En dat heeft veel te maken met het grote verschil tussen de PVV en FvD. De PVV is geen partij, het is een eenmansproject van Geert Wilders. Dat ging lang goed: geen tegenspraak, één gezichtsbepalende leider en verongelijkt vijanddenken. Daartegenover staat FvD, waar men wel een partij van heeft gemaakt. Met veel leden, met mooie evenementen. Vanuit die basis doet FvD mee in meer dan honderd gemeenten mee bij de komende raadsverkiezingen. De concurrentie op rechts zit daar voor FvD hooguit in lokale partijen, dus de kans is groot dat FvD wederom een klapper maakt. Daarnaast is het een partij met niet alleen veel (jonge) leden, maar ook met honderden vertegenwoordigers in gemeenteraden. Veel aantrekkelijker dan de PVV, waar juist sprake is van desintegratie.

Moeten we hier blij mee zijn?

Of het de Nederlandse samenleving ten goede komt dat de extreemrechtse stemmers overstappen van de PVV naar FvD is moeilijk te zeggen. Zelf vind ik dat beide partijen de samenleving meer ondermijnen en geen verrijking zijn van onze democratie. Het voordeel van de PVV met alle amateurisme was, dat het nooit een vuist kon maken. De alleenheerschappij van Wilders belette, dat vanuit de PVV andere mensen zich als goede bestuurders konden ontwikkelen. Dat kan bij het FvD anders liggen, zodat die een meer blijvende positie in de Nederlandse politiek kan veroveren. Gelet op het gedachtengoed van FvD en het dubieuze verleden van een aantal raadskandidaten en partijprominenten is het risico groot dat het een veel gevaarlijker factor kan zijn dan de PVV. De aantrekkingskracht op figuren die als neofascist zijn aan te merken is wel erg groot en door de uittocht in 2020 ontbreken mensen in de partij die tegenwicht kunnen bieden.
Ik zie het te verwachten succes van FvD somber tegemoet.

———-

De illustratie is van Petra Busstra.
Meer informatie: http://www.petrabusstra.com

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Arie de Jong

Arie de Jong heeft een afwisselende, zo niet chaotische, loopbaan achter de rug in de ambtenarij, de politiek en het advieswezen. Geboren en getogen in Boskoop, heeft hij civiele techniek gestudeerd in Delft. Getrouwd, twee kinderen. Woont sinds 1978 in Leiden en is actief geïnteresseerd in de geschiedenis van Leiden en behoud van het erfgoed.In zijn werkzame leven en politieke loopbaan overheerste aandacht voor de 'harde dingen van het bestaan': verkeer en vervoer, volkshuisvesting, ruimtelijke inrichting en overheidsfinanciën. Als compensatie was en is hij actief in allerlei organisaties, ook met geheel andere doelen.Ook leest hij wel eens een boek en is hij een liefhebber van allerlei muziek en het maken van dagwandelingen.In wat hij schrijft is deze diversiteit onvermijdelijk, al gaat het wel erg vaak over politiek.