Dysfemisme, o(-n), vergrovende omschrijving van iets onaangenaams (tgov.eufemisme): schijt voor lak (aan iets hebben). (Van Dale)
Een woord dat je niet vaak hoort, maar volgens mensen die het kunnen weten neemt het gebruik ervan toe. Volksvertegenwoordigers geven daarbij het slechte voorbeeld. Zij worden steeds ruwer in de mond. Laatst werden twee ministers in de Kamer voor leugenaars uitgemaakt. Er is een tijd geweest dat hetzelfde verwijt zou zijn verpakt. Bijvoorbeeld zo: ‘Nu gaat u toch een beetje met de waarheid op de loop,’ of ‘Ik vermoed dat uw geheugen u even in de steek laat.’
Vroeger had men, leek het, plezier in het gebruik van eufemismen. Of was het politieke correctheid die ons juist in de weg zat? Tegenwoordig grijpt men bijna wellustig naar dysfemismen. Nu moet worden aangetekend dat een debat uitnodigt tot het spelen met beelden van de werkelijkheid. De één stelt de zaak mooier voor dan hij is en de ander zet daar een paniekverhaal tegenover.
Over eufemismen zijn boeken vol geschreven, onder andere door Marc de Coster: Woordenboek van Eufemismen en Politiek Taalgebruik (2001)*. Iets dergelijks is er niet over dysfemismen, hoewel als je het over het een hebt komt het andere bijna automatisch ook ter sprake. Dysfemismen worden veelal opgediend met een beroep op de noodzaak ‘duidelijk’ te zijn. ‘Zeggen wat je denkt en doen wat je zegt,’ is het credo dat opgeld doet. Misschien kan dat credo op zich weer als een verzameling eufemismen worden gezien. Want wat men onder dat mom veelal doet is: ‘razen en tieren over dingen waar je weinig aan kunt veranderen.’
* Meer daarover op http://marcmjdecoster.googlepages.com
Dysfemisme, o(-n), vergrovende omschrijving van iets onaangenaams (tgov.eufemisme): schijt voor lak (aan iets hebben). (Van Dale)
Een woord dat je niet vaak hoort, maar volgens mensen die het kunnen weten neemt het gebruik ervan toe. Volksvertegenwoordigers geven daarbij het slechte voorbeeld. Zij worden steeds ruwer in de mond. Laatst werden twee ministers in de Kamer voor leugenaars uitgemaakt. Er is een tijd geweest dat hetzelfde verwijt zou zijn verpakt. Bijvoorbeeld zo: ‘Nu gaat u toch een beetje met de waarheid op de loop,’ of ‘Ik vermoed dat uw geheugen u even in de steek laat.’
Vroeger had men, leek het, plezier in het gebruik van eufemismen. Of was het politieke correctheid die ons juist in de weg zat? Tegenwoordig grijpt men bijna wellustig naar dysfemismen. Nu moet worden aangetekend dat een debat uitnodigt tot het spelen met beelden van de werkelijkheid. De één stelt de zaak mooier voor dan hij is en de ander zet daar een paniekverhaal tegenover.
Over eufemismen zijn boeken vol geschreven, onder andere door Marc de Coster: Woordenboek van Eufemismen en Politiek Taalgebruik (2001)*. Iets dergelijks is er niet over dysfemismen, hoewel als je het over het een hebt komt het andere bijna automatisch ook ter sprake.
Dysfemismen worden veelal opgediend met een beroep op de noodzaak ‘duidelijk’ te zijn. ‘Zeggen wat je denkt en doen wat je zegt,’ is het credo dat opgeld doet. Misschien kan dat credo op zich weer als een verzameling eufemismen worden gezien. Want wat men onder dat mom veelal doet is: ‘razen en tieren over dingen waar je weinig aan kunt veranderen.’
Frits Hoorweg is in 1947 in Rotterdam geboren, woont in Den Haag, is gehuwd en heeft twee volwassen zoons. Schrijven is voor hem vooral aanleiding om herinneringen op te halen en zijn fantasie de vrije loop te laten. Zijn levensloop laat zich daardoor met behulp van het Leunstoelarchief reconstrueren. Zo valt daaruit te leren dat hij afstamt van een dynastie van Rotterdamse huisjesmelkers. Dat hij in Wageningen studeerde en probeerde het mysterie van de vrouw te ontwarren. Hij beweerde ooit in een van zijn stukjes dat zijn vader in 1940 vocht aan de Grebbelinie. Een bewering die sindsdien werd aangevochten door iemand die van mening is dat de betreffende Hoorweg haar vader was. Hij was ooit ambtenaar en beziet wellicht daarom alle pogingen nieuw beleid te bedenken met groot wantrouwen.