De poëtische wereld

Eersteklas handhaving

In een ouderwets overvolle trein
Zit ik in een treincoupe voor zes
Eén lurkt langs zijn mondkap aan een fles
De conducteur vertelt ons waar we zijn
Naast mij zit een jonge vrouw te niezen
Voelbaar is de luchtdruk die dat geeft
Omdat ze niet het juiste kapje heeft
Dit kapje zal ze ook wel snel verliezen
Het kapje toont veelvuldig hergebruik
Iedereen heeft eigen soorten kapjes
Die ze afdoen voor de drankjes en de hapjes
Waarvan ik de goedkope geuren ruik
Via de intercom volgt telkens het bericht
Mondkapjes over neus en mond verplicht

——-
Het plaatje is van Henk Klaren

Series Navigation<< vorig artikelvolgend artikel >>

Door Jaap van Lakerveld

Het schrijven van gedichten, rijmpjes en verzen zit me in het bloed. Mijn vader deed het. Sinterklaas was mijn belangrijkste held. Later kwamen daar Trijntje Fop, John O’Mill en Daan Zonderland bij. Teksten van liedjes en cabaret bleven als vanzelf in mijn hersenpan steken. Pas als student begon ik zelf te schrijven. Later toen ik student-assistent was, schreef ik verzen voor een blad van de vakgroep onderwijskunde, waarvan ik deel uitmaakte. Iemand raadde me aan eens wat op te sturen aan het tijdschrift ‘De Tweede Ronde’. Vijf rijmpjes werden geplaatst. Af en toe zijn er sindsdien verzen van mij geplaatst in bundels of tijdschriften. Inmiddels voel ik me een dichter. Ik schrijf teksten, gedichten en ook nog altijd rijmpjes. De Leunstoel biedt mij een prachtige kans om gedisciplineerd te werken en tenminste 20 tot 30 sonnetten of andere producten per jaar te maken. Af en toe kijk ik in het archief van De Leunstoel en ben dan met een deel van wat ik daaraan heb bijgedragen voorzichtig tevreden.